Positieve netwerken

Jan Laurier is voorzitter van de Federatie Opvang en was tot vorig jaar voorzitter van de Nederlandse Woonbond. Hij was eerder wethouder in Leiden en lid van de Eerste Kamer.

'Het was een buitengewoon interessante middag ook qua inhoud. Het deelnemersveld vond ik aardig gemêleerd. Jammer dat er geen ervaringsdeskundigen bij waren. Een aantal jongeren die praten vanuit de praktijk had de discussie ongetwijfeld nog wat meer op scherp gezet. Gelukkig kwamen wel verschillende aspecten van het vraagstuk hoe je draagvlak in een wijk krijgt voor de opvang van gestrafte jongeren wel aan de orde.'

'Ik vond het interessant dat de adviseur communicatie uit Almere afstand deed van de gedachte 'one size fits all'. Wijken verschillen sterk van elkaar en daar moet je je verhaal op afstemmen. Het feit dat je onderscheid gaat maken in het karakter van wijken vind ik belangrijk. Wat mij betreft is het goed dat er niet alleen vanuit straf maar ook vanuit reïntegratie in de samenleving wordt geredeneerd. De verbinding met de samenleving maken is essentieel en maakt de kans op recidive ook kleiner. Je moet jongeren de kans geven om een netwerk weer op te bouwen en te zorgen dat het een goed netwerk wordt. Een straf haalt mensen tijdelijk uit het slechte netwerk, maar je moet de jongere dan wel ondersteunen om daarna weer een positief netwerk op te bouwen. Je moet dus nadenken over hoe je hen zo plaatst in de samenleving dat er positieve netwerken omheen ontstaan. Daar hoort natuurlijk ook begeleiding bij. Straf moet erop gericht zijn om herhaling te voorkomen. In dat kader is opvang in de wijken een intelligente gedachte.'

'Opvang in de wijken is ook goed voor de samenleving. Toen ik wethouder was in Leiden hadden we nog wel eens gedoe in Leiden-Noord. Jongeren daar klaagden over de vakkenvullersbaantjes die door studenten werden ingepikt. Toen kwam een van de ambtenaren met het idee voor een zakgeldproject. Jongeren in de wijk konden zakgeld verdienen door kleine klussen in de wijk te doen. Vanuit die gedachte kwamen er allerlei nieuwe verbindingen. De wijk zag dat die jongeren goede dingen deden in hun eigen buurt. Ze spraken bijvoorbeeld ook andere jongeren aan die dingen kapot maakten. Het werkte twee kanten op.'

'Dat is het inspirerende in deze gedachte. Je moet wel wat moeilijkheden overwinnen, ook van de omgeving. Maar als het werkt, als die verbindingen gaan ontstaan, dan bouw je aan zo'n positief netwerk. Die is overigens niet vanzelfsprekend - dat is een groeiproces. Het gekke is dat je vooraf vaak gemopper hebt, maar als je gaat sluiten, krijg je weer gemopper. De supermarkten bijvoorbeeld. Eerst zijn ze bang voor winkeldiefstal en als zo'n opvangvestiging of asielzoekerscentrum dan sluit zijn ze bang voor het kwijtraken van hun klanten.'

'Het Ministerie van Veiligheid en Justitie zou ik het volgende nog willen meegeven. Denk na over hoe je deze jongeren helpt om positieve netwerken opbouwen. Als ze vrijwilligerswerk gaan doen - maakt het zichtbaar. En zorg er ook voor dat het niet lijkt alsof ze in een HALT-traject zitten. Dat zou dan afbreuk doen. Denk over elke wijk goed na. Wat is het karakter van die wijk? Begin niet met een landelijk uitrol op basis van algemene criteria, maar kijk naar de omgeving, naar de eigenschappen van de wijken. Het is publicitair een gevoelig onderwerp, dus het is belangrijk dat het goed gaat voor alle betrokkenen. Tenslotte denk ik dat als het echt niet blijkt te werken in een wijk, schroom dan niet om te sluiten en ergens anders te beginnen.' 

Deze website is gemaakt door Tjep's digital agency