Testen wat werkt

Carien van Weezel is  beleidsadviseur jeugd bij gemeente Breda. Ze gaf tijdens de Postermeeting een inleiding over de verbinding tussen wetenschap en gemeenten. Breda werkt al nauw samen met onder andere Hogeschool Avans en de Universiteit van Tilbrug. De gemeente is lid van de academische werkplaats.

'Ik vond de bijenkomst hardstikke leuk. Het werken met de posters is een mooie manier om de wetenschapper te helpen nadenken over hoe je kort en krachtig duidelijk maakt waar je mee bezig bent. De bijeenkomst was interactief; fijn dat we konden rondlopen en zo echt uitwisselen.'

'In Breda doen we al best veel aan samenwerking met de wetenschap. Het is waardevol om goede connecties te hebben met universiteiten en hogescholen. We zijn niet voor niets lid van de academische werkplaats. Samen met hen hebben we ervoor gezorgd dat we met een wetenschappelijk onderbouwde trafnsformatiemonitor werken. We zien dat het bij gesprekken over jeugdhulp nu nog erg veel om geld draait - landelijk gezien. Je zou naar mijn smaak veel meer moeten kijken naar methodieken die je kunt inzetten om jongeren goed te helpen. Ik begrijp best dat dat lastig is; er zijn zoveel invloeden. Juist daarom heb je goed onderzoek nodig want je wilt  gedegen conclusies kunnen trekken. Daar kun je helaas niet snel mee scoren; dat kost echt tijd. Voor veel policiti is het daardoor minder interessant. Die horde moeten we gaan nemen, want de wetenschap kan echt een grote bijdrage leveren aan de verbeteringen in de jeugdhulp. In Rotterdam en Amsterdam hebben ze 'garage's' waar ze experimenteren met verniewuing in de jeugdhulp. Eigenlijk moeten er meer van die garages komen. Daar kun je goed testen wat er wel en niet werkt. Niet alleen opvoedkundig, maar ook in de ggz.'

'In Breda  heeft de GGD West Brabant in samenwerking met meerdere partijen waaronder de gemeente Breda subsidie van ZonMW gekregen om wetenschappelijk onderzoek te doen naar de ziekenhuis-CJG-ers. Het onderzoek is specifiek gericht op de effectiviteit van ziekenhuis CJG-ers. Dat zijn jeugdverpleegkundigen die kunnen worden ingeroepen door de kinderartsen. Zij komen in beeld als er psychocosiaal iets aan de hand lijkt te zijn naast het medische aspect of als er geen medisch probleem geconstateerd kan worden. Doordat het gekoppeld is aan een verwijzing van kinderarts wordt het door ouders vaak meer serieus genomen. We draaien nu twee jaar. Het eerste jaar hebben we onlangs geëvalueerd en het blijkt dat de ouders heel enthousiast zijn en ook verrast zijn dat het zo goed werkt. Ze gaven deze aanpak een hoog cijfer, bijna een negen. We zien dat gezinnen verder komen met lichte ondersteuning. Wat ook mooi is: de ziekenhuis-CJG'-ers dragen ook over naar collega's in de wijk. We doen nu academisch onderzoek naar de effecten. Dat kost tijd en het is veel werk om dat wetenschappelijk onderbouwd te doen. Daar is een gemeente niet altijd de plek voor. Terwijl je het wel echt goed moet doen. Kinderen, jongeren zijn geholpen met echt goede, gefundeerde oplossingen.' 

'Je kunt pas echt stappen zetten als je bijvoorbeeld die 'garages' inzet. Je moet experimenteren om verder te komen. Het is een investering in de toekomst en daar moet je de tijd voor durven te nemen. Wat mij betreft mag daar meer aandacht voor zijn. We moeten niet steeds opnieuw beginnen met nieuwe organisatiesystemen op te zetten, maar een  koers inzetten die kennis vergaart waarmee kinderen en hun ouders het beste geholpen zijn. Daarvoor moet je het langetermijndenken aandurven. Dus geen horizon van twee jaar, maar van vijf of zeven of misschien wel tien jaar. Ik begrijp best dat een wethouder op korte termijn resultaten wil zien, maar voor sommige onderwerpen kan dat gewoon niet snel. Daarom  hoop ik ook  dat de politiek daarin de juiste keuzes durft te maken; het lef te tonen om geduld te hebben. Ik denk dat wetenschappers goed moeten kijken waar de problematiek zit. Ook het laag hangende fruit plukken - dus ook onderwerpen waar je wat sneller op kunt scoren. Dat geeft ook ruimte om te vertellen over meerjarenprogramma's en waarom dat nodig is. Laat je meer zien als wetenschap en vertel veel en vaak over je successen. Het zou mooi zijn als je landelijk dat kunt doen met een nationaal programma dat investeert in wat werkelijk helpt in de jeugdhulp'

'Gemeentelijke toegangen en huisartsen/kinderartsen bijvoorbeeld moeten elkaar goed leren verstaan. Hoe meer je daar aansluiting vindt, hoe beter het voor ouders en kinderen is. De kunst is en blijft op inhoud elkaar te vinden. Als je een goed beeld hebt van de methodieken die het beste werken, en je bent goed op elkaar aangesloten, kun je heel veel voor elkaar krijgen. Zeker als je elkaar ook op visie vindt.  Dat leidt zeker tot financiële voordelen. Dat kost dus tijd en de lef om erin te durven investeren. Doe je dat niet, dan blijft het bij systeemdenken en dat lost het niet op.'

Deze website is gemaakt door Tjep's digital agency