High Level Kennisgroep

De High Level Kennisgroep (HLK) is trendwatcher, kennisversneller en denktank. De HLK heeft drie kerntaken:  1. zorgen dat leden van ForCA bekend zijn met innovatieve concepten; 2. zorgen voor een basis voor fondsenwerving voor toekomstig multicenter onderzoek; en 3. inhoudelijke resultaten van werkgroepen van ForCA evalueren. De HLK-leden informeren extern over hun acitiviteite en vormen de brug naar onder andere Work-Wise, EFCAP en ROMCKAP. De HLK adviseert ook het Parlement van ForCA. De HLK en Werkgroep Wetenschap werken nauw samen.

Leden:

Dr Ilja Bongers (GGzE)

Overzicht wetenschappelijke publicaties

 


Dr Maaike Kempes - Maaike is senior onderzoeker bij het NIFP met neuropsychologie, neurobiologie en jeugddelinquentie als speciale aandachtsgebieden. Het onderzoek in deze gebieden richt zich vooral op forensische diagnostiek en niet op behandeling. Maaike studeerde biologie aan de Universiteit van Leiden met als specialisatie neurbiologie. Daarna is ze gepromoveerd bij kinder- en jeugdpsychiatrie van het Academisch Medisch Centrum Utrecht met als onderwerp het onderscheid tussen reactieve en proactieve agressie bij kinderen met agressieve gedragsproblematiek. Momenteel houd ze zich bezig het adolescentenstrafrecht (ASR) – met als focus de achterlopende ontwikkeling van jongeren. ASR gaat ervan uit dat achterlopende ontwikkeling van 18-23 jarigen kan leiden tot toepassing van jeugdstrafrecht. Interessante vraag in dat kader zijn: op basis van welke factoren stel je vast of jongeren achterlopen in hun ontwikkeling, zijn deze factoren veranderbaar via een pedagogische aanpak en leidt dit dan inderdaad tot vermindering van delinquentie.  Een belangrijke factor is bijvoorbeeld gedragsregulatie, zoals het kunnen plannen van je leven en zelfcontrole. Die delen in de hersenen die dit sturen zijn zich nog aan het ontwikkelen (tot ongeveer 25 jaar). De gedachte is dat deze ontwikkeling bij een deel van de delinquente jongvolwassenen achterloopt en gerelateerd is aan hun delinquente gedrag. Bij een ander deel van de jongvolwassenen is heeft het delinquente gedrag een andere oorzaak of is het niet te relateren aan een aachterlopende ontwikkeling maar is emer aan de hand. Dit onderzoek biedt psychologen en psychiaters handvatten aan forensische diagnostiek om goed te kunnen beoordelen welke jongvolwassenen gebaat zijn bij jeugdstrafrecht en welke niet. Mail.

Dr. Jolanda Mathijssen -  Jolanda is senior onderzoeker / Onderzoekscoördinator Academische Werkplaats Jeugd, bij TRANZO - Universiteit van Tilburg.. Binnen de werkplaats staat de transformatie van de hulp voor jeugd centraal. Wat betekent deze transformatie voor kinderen, jongeren, ouders en hun omgeving, voor het handelen van professionals, vrijwilligers en beleidsmedewerkers en voor de structuren waarbinnen de zorg geleverd wordt? Ze doet vooral onderzoek naar preventie (oa. ziekteverzuimbegeleiding voor leerlingen van basis- en voortgezet onderwijs, lichte opvoedingsondersteuning, bemoeizorg in de jeugdgezondheidszorg) en de rol van gemeenten (o.a. sturingsmechanismen van gemeenten en organisatie van de toegang).Maar er wordt ook onderzoek gedaan naar hoe gecertificeerde instellingen hun kennis meer naar voren kunnen brengen. De academische werkplaats heeft ook een rol in de tussenevaluatie van de nieuwe jeugdwet. Gebeurt er in de praktijk wat beoogd werd met de jeugdwet? Mail.

Drs. Carolien KonijnCarolien is praktijkonderzoeker bij Spirit, een algemene jeugdzorgaanbieder. Spirit heeft forensische afdelingen; onder andere Jeugd & Veiligheid en sinds kort een kleinschalige voorziening (in een woonhuis in Amsterdam-West). Daarnaast bieden ze gesloten jeugdzorg, forensische pleegzorg en een serie ambulante programma’s voor jeugdige delinquenten. ForCA voert de monitor van de kleinschalige voorziening uit; Carolien is daarbij en bij die van de andere programma’s betrokken. Ze spoort mensen aan om hun eigen resultaten te monitoren, die te bespreken met collega’s maar vooral ook met cliënten. Ook analyseert zij de gegevens voor beleidsdoeleinden. Bijvoorbeeld of de beoogde doelgroep door het zorgprogramma wordt bereikt. Teams zijn zelfsturend; door terugkoppeling van uitkomsten van de zorg die zij leveren, krijgen zij inzicht in de sterke en zwakkere kanten van hun programma. Zo kunnen zij hun zorg steeds meer verbeteren. Bovendien volgen ze op deze manier of de hulp die zij bieden nog steeds past bij de cliënten die zij krijgen. Bij het meten van de uitkomsten moet goed gekeken worden naar het doel dat men wil bereiken. Dat is niet altijd probleemafname, soms is het belangrijker om de veiligheid in een gezin te verbeteren of  om te werken aan toename aan vaardigheden en zelfkennis. Carolien doet dan suggesties over hoe men dat kan meten. Ze vertelt graag meer over de manier waarop Spirit die terugkoppeling doet en kwaliteitsgesprekken met teams voert. Ze is ook betrokken bij de Lerende Databank van het SEJN (Samenwerkingsverband Effectieve Jeugdzorg Nederland) die met subsidie van ZonMw wordt ontwikkeld. Kwaliteitsontwikkeling, daar draait het om. Mail.

Dr. Annemiek Harder - Annemiek is universitair docent bij de afdeling Orthopedagogiek  van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. Haar expertise heeft betrekking op adolescenten met externaliserende gedragsproblemen, antisociaal of delinquent gedrag, criminaliteit, en risico- en beschermende factoren daarvoor. Haar deskundigheid betreft ook gezinnen waarbij sprake is van een uithuisplaatsing van één of meerdere kinderen. Verder richt ze zich op residentiële of 24-uurs jeugdzorg, in het bijzonder gesloten jeugdzorg (Jeugdzorg Plus instellingen en Justitiële jeugdinrichtingen (JJI´s)), en op forensische behandeling, zowel ambulant als residentieel. Ze onderzoekt ook werkzame factoren in de hulpverlening, waaronder motivatie voor verandering of behandeling bij jeugdigen, therapeutische allianties of behandelrelaties tussen cliënten en hulpverleners en programma- of behandelintegriteit. Ze heeft daarbij specifieke aandacht voor onderzoek naar de toepassing van Motiverende Gespreksvoering (MGV) als evidence-based behandelmethode. Tot slot heeft Annemiek veel kennis van en ervaring met kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksmethoden, waaronder evaluatie of effectonderzoek, longitudinaal follow-up onderzoek en observatieonderzoek. Mail.

Dr. Maroesjka van NieuwenhuijzenMaroesjka is ontwikkelingspsycholoog en lid  van de Erkenningscommissie justitiële interventies. Ze werkt bij de sectie ontwikkelingspedagogiek op de VU als onderzoeker en docent. Haar expertise: jongeren en gezinnen met een lichte verstandelijke beperking (lvb). Ze promoveerde op sociale informatieverwerking bij jongeren met lvb. Daarin deed ze eerst onderzoek naar hoe het komt dat ze zoveel gedragsproblemen hebben? Wat zijn hun typerende kenmerken. Hoe vindt de sociale informatieverwerking plaats in relatie met agressie en gedragsproblematiek. Op basis daarvan is een interventie aangepast (Samen Stevig Staan - SSS). SSS is een cognitieve gedragstraining voor deze kinderen en hun ouders. Deze is onderzocht op effectiviteit en wordt nu in orthopedagogische behandelcentra gebruikt. Afgelopen jaar is een diagnostisch instrument (de SIVT) ontwikkeld en getest bij normale kinderen en kinderen in jeugdzorg, gehandicaptenzorg, jeugdpsychiatrie en justitie. Met dit instrument krijg je meer inzicht in de sociaal adaptieve vaardigheden en daarop kunnen hulpverleners de behandeling en aanpak afstemmen. Verder begeleidt ze onderzoek naar de executieve functies - dus de neuropsychologische vaardigheden van kinderen en jongeren. Mail.

Dr. Eva MulderEva werkt bij de AWRJ als programmaleider (www.awrj.nl). Ze is gepromoveerd op onderzoek naar jongeren met een PIJ-maategel en recidive. Daarvoor deed en doet ze onderzoek naar risicoprofielen en dan specifiek naar subgroepen van jongeren met verschillende risicoprofielen. Daarnaast is ze betrokken bij een aantal promotieonderzoeken (de meeste vanuit de AWRJ). Een onderzoek van Lisette de Ruijter bij GGzE - jongeren bij de Catamaran - naar hun risicoprofielen. Een ander onderzoek richt zich op observatie en diagnostiek in de JJI - Kore Lampe voert dat uit. Inge Simons doet onder begeleiding van Eva onderzoek naar gezinsgericht werken. Ze begeleidt ook Sanne Hillege die behandelbeslissingen bij comorbide problematiek onderzoekt. (comorbide: jongeren die niet alleen bijvoorbeeld adhd hebben, maar ook gedrags- en gezinsproblemen hebben en middelen gebruiken. Welke volgorde en combinatie van behandelen is dan het meest effectief). Verder doet Sanne Pronk onderzoek naar School2Care - een intensieve schoolvoorziening voor jongeren van 12 tot en met 17 jaar die spijbelen en/of gedragsproblemen hebben. Anneke Kleeven begeleidt ze bij onderzoek naar de SAVRY (meet risicofactoren) en SAPROF-YV (meet beschermende factoren). Tot slot werkt Eva nog 12 uur per week bij Curium-LUMC waar ze bij de Academische Werkplaats Gezin aan Zet onderzoek door Janna Eilander begeleidt dat is gericht op de transformatie van de jeugdteams en hoe zij werken (actie-onderzoek). Belangrijke vragen: Hoe willen die teams werken in die transformatie? Hoe vullen ze de eigen regie als team goed in? En wat doet dat voor ouders en jongeren? Mail.

Ir. Elske Wits is onderzoekscoördinator bij het IVO, Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen en Verslaving. Ze is in 1993 afgestudeerd in de Humane voeding met als specialisaties gezondheidsbeleid (positie van patiëntenorganisaties) en epidemiologie (middelengebruik en verslaving in de algemene bevolking). Ze is verantwoordelijk voor het initiëren en begeleiden van onderzoeks- en ontwikkelprojecten in verschillende beleidsterreinen en sectoren, zoals (jeugd)verslavingszorg en ggz, het justitiële werkterrein, jeugdzorg, (o)ggz en maatschappelijke opvang. Haar projecten kenmerken zich door intensieve samenwerking met het veld, inclusief cliënten. De afgelopen jaren heeft zij verschillende onderzoeken binnen de JeugdzorgPlus begeleid; telkens met gegevens uit de Monitor JeugdzorgPlus en aanvullend kwalitatief onderzoek. Onderwerpen waren bijvoorbeeld de dagbesteding (inclusief volgen van een opleiding) bij jongeren die een JeugdzorgPlus instelling verlaten en de knelpunten bij het (tijdig) vinden van dagbesteding bij uitstroom. Ook de overgang van de instelling naar andere hulpverlening of begeleiding bij jongeren met psychische problemen of (vermoedelijk) een lichte verstandelijke beperking was onderwerp van onderzoek. Hieruit bleek dat jongeren die uitstromen vrijwel nooit terecht kunnen op de plek van eerste keuze, of helemaal geen passende vervolgplek vinden. Belemmerende factoren in de uitstroom naar een vervolgvoorziening zijn de complexiteit van de problematiek van een jongere, de gehanteerde etiketten in de zorg, wachtlijsten en een tekort aan woonplekken (voornamelijk 3-milieu voorzieningen). Recent heeft zij samen met De Woenselse Poort en Novadic Kentron een handreiking ontwikkeld voor de middelencontrole in de ambulante forensische setting, in opdracht van het Kwaliteitsprogramma Forensische Zorg (KFZ). Ook heeft zij geparticipeerd in de EFP-werkgroep die het Zorgprogramma Forensische verslavingszorg ontwikkelde en ze was projectleider van de ontwikkeling van de Richtlijn problematisch middelengebruik in de klinische forensische zorg (i.o.v. KFZ), van een evaluatie van de Leefstijltraining voor justitiabelen (i.o.v. WODC), en van een inventarisatie van de mogelijkheden van advies, toezicht en gedragsinterventies door de verslavingsreclassering voor jongeren met middelenproblematiek (i.o.v. SVG). Ook ontwikkelde zij samen met Tactus een gedragsinterventie voor jeugdige justitiabelen met middelenproblematiek, Stay-a-way (i.o.v. de RvK).

Dr. Karin Nijhof – Karin werkt als senior wetenschappelijk onderzoeker bij Pluryn, en is daarnaast een dag per week verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen, afdeling Developmental Psychopathology (BSI). Na haar opleiding Orthopedagogiek heeft ze gewerkt als junioronderzoeker voor de politie Gelderland-Midden op een onderzoek naar het effect van risicofactoren op toekomstig delinquent gedrag en de effectiviteit van politiële en justitiële afdoeningen. Daarna is ze gepromoveerd op een onderzoek naar de effectiviteit van Jeugdzorgplus. Ze is nog steeds nauw betrokken bij de Jeugdzorgplus in het kader van monitoring (Monitor Jeugdzorgplus), en is mede auteur van het recent verschenen boekje ‘Jeugdzorg met een plus: Wat we wel en nog niet weten over de meest intensieve vorm van jeugdhulp’ (2017). Tevens is ze verbonden aan de academische werkplaats Inside Out. Haar huidige onderzoek richt zich op een complexe doelgroep in de residentiële jeugdzorg, met specifieke interesse voor meisjes en de inzet van nieuwe technologische middelen in de behandeling. Ze is auteur van het boek Meisjes in zorg (2015). In haar huidige werk begeleidt ze meerdere junioronderzoekers, en is ze co-promotor op twee projecten. Een project richt zich op de effectiviteit van Op Volle Kracht in de residentiële zorg. Het andere project onderzoekt trauma bij jongeren in residentiële zorg en de inzet van een relaxatie videogame interventie om biologische stress te normaliseren en stress –en traumaklachten te verminderen. 

Dr. Ilja Bongers - Ilja is senior wetenschappelijk medewerker bij de onderzoeksgroep Forensische Geestelijke Gezondheidszorg van GGzE. Ze studeerde neuropsychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en promoveerde in 2005 bij het Erasmus MC op de ontwikkeling van probleemgedrag bij kinderen en jongvolwassenen. Haar belangrijkste onderzoeksinteresse ligt op het gebied van de ontwikkeling van het gedrag van jongeren met ernstige en complexe problemen en welke beschermende factoren versterkt moeten worden om negatieve gevolgen te verminderen. Ilja is betrokken geweest bij verschillende afgeronde onderzoeksprojecten zoals de ‘Eerste evaluatie van de Pilot intersectorale samenwerking ForCA Maart 2014 - April 2015' en de ontwikkeling van de ForCA QuickScan (www.ForCAQuickScan.nl). Ilja onderzoekt met behulp van ROM-metingen de ontwikkeling van het gedrag van opgenomen jongens bij De Catamaran, kliniek voor forensische jeugdpsychiatrie en orthopsychiatrie. Deze metingen worden sinds 2005 binnen de kliniek afgenomen. Momenteel houdt ze zich bezig met de vraag hoe ROM bruikbaar te maken is voor zowel behandel- als onderzoeksdoeleinden binnen de GGZ. Ze kijkt tevens naar implementatie vraagstukken binnen de forensische geestelijke gezondheidszorg. Mail.

 

Deze website is gemaakt door Tjep's digital agency