Zit stil!

Een hele middag stil zitten. En luisteren en schrijven. Misschien zat mijn lichaam stil, maar mijn hersenen draaiden overuren. Ik volgde een workshopmiddag van ForCA en de academische werkplaats forensische zorg jeugd (AWFZJ) om 'helder en pakkend schrijven' te leren. En dat had ik precies nodig. Ik ben namelijk aan het eind van mijn promotietraject en moet een 'populair wetenschappelijke samenvatting' schrijven. Een blog zou ook goed zijn, gaf mijn promotor aan.

“Zit nou stil,” gilt Anne met overslaande stem tegen haar dochter Helena. De kleine peuter kijkt verschrikt op. Anne is al weggelopen en ziet niet hoe Helena's ogen zich vullen met tranen. Gestrest kijkt Anne om zich heen of de kamer wel schoon genoeg is. Snel opent ze de ramen in de kleine woonkamer om de wietlucht er uit te krijgen. Als ze achteruit stapt, stoot ze haar dochtertje om en barst Helena in huilen uit. “Verdomme, ik zei toch dat je moest blijven zitten!” Paniek overspoelt Anne als ze naar de klok kijkt: nog vijf minuten voordat Bureau Jeugdzorg komt.

 

Op de middelbare school had ik al een hekel aan schrijven, omdat ik het niet kon. Uren zat ik naar een leeg blad te staren en de drie zinnen die ik er dan uit kreeg, belandden na een kritische lezing rechtstreeks in de prullenbak. Hulpbronnen gewenst dus. Toen las ik dat ForCA en AWFZJ deze onderzoekermeeting gaven. Precies op het juiste moment. Niet dat ik veel fiducie had in leren schrijven in één middag. Mijn ervaring in het promotietraject van wetenschappelijk schrijven was dat goed leren schrijven járen kost. Maar goed, beter iets dan niets.

Astrid van den Berg gaf de cursus en begon direct met een schrijfopdracht: in 10 minuten een samenvatting van je onderzoek schrijven. Geen tijd om na te denken dus, maar direct de woorden op papier. Toen de tweede opdracht erachter aan: beschrijf het meegebrachte voorwerp dat hoort bij je onderzoek en sluit de samenvatting erop aan. Weer geen tijd om te gaan zitten staren, maar direct aan de slag. Woorden op papier. Wie schetst mijn verbazing toen Astrid van den Berg het goed vond wat ik neergepend had!

“Zit nou stil, of wíl je soms dat Bureau Jeugdzorg je meeneemt?” Anne denkt aan hoe haar eigen moeder nooit voor haar gevochten heeft. Dit gaat zij anders doen. Ze zal laten zien dat Helena er netjes uitziet en dat ze dus echt wel voor haar kind kan zorgen. Als Helena er nu maar perfect uitziet als José straks aanbelt. En als José maar niet met haar moeder gesproken heeft.

Daarna kregen we de theoretische onderbouwing. Het begint met voorbereiding: voor wie schrijf je? Wat is hun kennisniveau, hun interesse en oordeel? En hoe bouw je een stuk helder en begrijpelijk op? Ook de kneepjes van het verhalend schrijven werden in hoog tempo doorgenomen. En daarna moesten we weer schrijven. Dit keer in groepjes.
Per groepje werd één onderzoeksthema uitgekozen. Mijn onderzoek leende zich goed voor een verhaal. Jonge vrouwen die als tiener in een jeugdgevangenis hebben gezeten, spreken al snel tot de verbeelding. Voorgeschiedenissen van verwaarlozing en mishandeling leiden niet alleen tot probleemgedrag, maar ook tot depressies, posttraumatische stress, laag zelfbeeld en gevoelens van eenzaamheid. En als je amper voor jezelf kunt zorgen, hoe moet je dan een kind opvoeden?

Woede overspoelt haar als ze er aan denkt dat haar moeder nooit voor haar gezorgd heeft en dat diezelfde moeder nu commentaar heeft op hoe Anne voor haar dochter zorgt. Als ze maar niet laat zien hoe moeilijk ze het vindt, dat Helena vaak niet doet wat ze wilt, dat ze gek wordt van het gejengel.

Van alle verhalen werd één winnaar gekozen. En tja, misschien voel je het wel aankomen: het werd ons verhaal. Maar wel tot mijn verbazing: kan ik dan misschien toch een beetje schrijven? Wat ik in deze dag heb geleerd is veel, van theoretische achtergronden tot praktische aanwijzingen. Dat bleek overigens prima in één middag te kunnen. Maar wat ik vooral heb geleerd, is dat ik het gewoon moet doen. Dus: zit stil en schrijf!

Ja, alles is schoon, Helena zit in haar roze jurkje op haar stoel. Laat José nu maar komen. Nu, direct, nu het nog goed is.

Anne KrabbendamKinder- en jeugdpsychiater/onderzoeker bij Curium/LUMC en programmaleider Zorgprogramma Persoonlijkheidsproblematiek

Deze website is gemaakt door Tjep's digital agency