Recidivemonitor

Recidive als enige prestatie-indicator niet het ei van Columbus

Personen die oplichten, stelen of moorden, en daarmee de door de maatschappij vastgestelde normen overschrijden, lopen het risico te worden opgepakt, berecht en gestraft. Daarbij worden van oudsher ‘vergelding’ en ‘het voorkomen van toekomstig crimineel gedrag’ als belangrijkste strafdoelen genoemd.  Wat betreft ‘het voorkomen van crimineel gedrag’ wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds afschrikking, en daarmee het ontmoedigen van anderen om ook crimineel gedrag te vertonen (generale preventie), en anderzijds het weerhouden van de dader opnieuw de fout in te gaan en te recidiveren (speciale preventie). Om vast te stellen of deze strafdoelen gehaald worden lijkt het op het eerste gezicht dus zinvol in kaart te brengen of en hoe vaak veroordeelden na een gevangenisstraf of verblijf in een TBS kliniek recidiveren. Sinds 2014 vormen recidivecijfers per TBS-kliniek dan ook een vast onderdeel van de prestatie-indicatoren waarmee jaarlijks de effecten van behandeling in deze klinieken inzichtelijker kunnen worden gemaakt. In navolging van deze ontwikkeling wordt nu ook gewerkt aan het terugkoppelen van recidive cijfers aan individuele justitiële jeugdinrichtingen (JJI’s). Maar is recidive wel de beste prestatie-indicator om de kwaliteit van de strafrechtketen vast te stellen?

Hoewel recidive een eerste instrument vormt om de kwaliteit van justitiële inrichtingen in kaart te brengen, zitten er, mijns inziens, ook belangrijke haken en ogen aan deze uitkomstmaat. Zo weten we bijvoorbeeld uit onderzoek dat veel veroordeelden strafongevoelig zijn. Het opleggen van straf bereikt dan wel het doel van vergelding maar zal in deze groep mensen recidive zeker niet verminderen of voorkomen. Daarnaast laat onderzoek zien dat veel veroordeelden kampen met gedragsproblemen, een ontwikkelingsachterstand en een verstandelijk beperking hebben en dat deze factoren deels bijdragen aan hun delinquente gedrag. In penitentiaire inrichtingen en TBS-klinieken wordt daarom met name gewerkt aan het verminderen van de risicofactoren voor delinquent gedrag om daarmee uiteindelijk recidive te verminderen/voorkomen. Naast recidive is het daarom veel belangrijker deze factoren, waar het justitiële veld direct invloed op heeft, aan te pakken.

 Dit geldt in nog sterkere mate voor het justitiële jeugdveld. Binnen het jeugdstrafrecht staat het strafdoel speciale preventie, en dan met name (her)opvoeding, meer voorop dan bij volwassenen. Sinds 2007 heeft dit, naar aanleiding van inspectierapporten, een extra impuls gekregen met de invoering van de basismethodiek YOUTURN, die zich richt op het aanleren van vaardigheden en eigen verantwoordelijkheid, ontwikkelen en invoeren van erkende gedragsinterventies, het beter opleiden van eigen personeel en aantrekken van meer gedragspsychologen in de JJI’s. Ketenbreed worden door de Raad van de Kinderbescherming, reclassering en forensisch psychologen en psychiaters risico- en beschermende factoren van het delinquente gedrag van jongeren in kaart gebracht. JJI’s en reclassering proberen met bovenstaande methodieken sociale vaardigheden te verbeteren of versterken met als eerste doel resocialisatie en uiteindelijk vermindering/voorkoming van recidive. Gegeven de focus op uitbreiden van de gereedschapskist van de jongere met vaardigheden die toekomstig crimineel gedrag doen voorkomen is het logisch om in kaart te brengen of dit ook lukt. Breng dit goed in kaart. Daarna kan men bepalen in hoeverre dit ook de verwachte vermindering in recidive tot gevolg heeft.

Een eerste stap in deze richting is inmiddels gemaakt. Om vast te stellen of vaardigheden van jeugdige criminelen verbeteren is men in de JJI’s in 2013 van start gegaan met de pilot Routine Outcome Monitoring. Binnen ROM worden gestructureerd en herhaaldelijk de uitkomsten van behandeling gemeten om zo het effect en de voortgang van gedragsinterventies inzichtelijk te maken. Hierdoor ontstaat er inzicht in hoeverre de behandeling in JJI’s resulteert in de gewenste veranderingen en kan het behandeltraject, indien nodig, worden bijgestuurd. Een mooie ontwikkeling die zeker gaat bijdragen in meer inzicht in de factoren die we echt kunnen veranderen om uiteindelijk bij te dragen aan recidivevermindering. De eerste uitkomsten van de pilot lieten al in 2013 zien dat de twee betrokken JJI’s uitkomsten van behandeling succesvol in kaart kunnen brengen. De overige JJI’s hebben aangegeven graag te willen starten met ROM. Er zijn testassistenten geworven om de implementatie te ondersteunen. Trainingen in zowel het gebruik en de interpretatie van vragenlijsten als in ICT staan gepland.

 

Kortom: Het veld lijkt er dus klaar voor naast recidive ook de effecten van behandeling en resocialisatie in kaart te gaan brengen. Dit enthousiasme en de al vergevorderde voorbereidingen voor uitrol bieden niet alleen grote kansen voor landelijke uitrol naar alle JJI’s maar ook naar andere ketenpartners als reclassering, Raad voor de Kinderbescherming etc. Daarnaast staat het WODC, dat recidive in kaart brengt, te trappelen om ook voorwaarden daarvoor, zoals vermindering van risicofactoren, mee te nemen en heeft hier de infrastructuur voor. Als dit lukt ontstaat er veel beter inzicht in de factoren die bijdragen aan recidivevermindering maar ook of deze voldoende worden aangepakt.

 

Bovengenoemde partijen kunnen dit echter niet alleen. Het is nu zaak voor beleidsmakers om door te pakken. Op ICT gebied zijn er nog enkele bottlenecks die landelijk moeten worden aangepakt. Daarnaast is het belangrijk dat de landelijke uitrol van ROM in JJIs’ maar ook bij ketenpartners goed aangestuurd en gecoördineerd wordt. Het veld laat zien dat het leveren van de benodigde informatie op gestructureerde manier mogelijk kan zijn. Maak nu mogelijk dat deze initiatieven snel ook op landelijk niveau een succes vormen. Daarmee komt inzicht in de kwaliteit van ons strafrechtstelsel en (verdere) recidivevermindering echt een stap dichterbij!

 

 

Maaike Kempes Senior onderzoeker bij het NIFP

Deze website is gemaakt door Tjep's digital agency