Encyclopedie

Van harde straffen voor criminele pubers naar de encyclopedie van het Adolescentenstrafrecht

Op 25 juni 2011 kopte SPITS: “Teeven gaat criminele pubers harder te straffen. Er komt een adolescentenstrafrecht waarbij stevige straffen centraal staan. Jonge criminelen gaan langer achter de tralies”. Teeven stond als voormalig officier van justitie bekend als iemand van de harde aanpak, maar toch ook als iemand met een reële kijk op de zaak. Misschien wilde de toenmalige staatssecretaris de PVV rechts passeren. Deskundigen vielen massaal over Teeven heen. Streng straffen kon al en bovendien sloeg Nederland een modderfiguur om als nagenoeg enig ontwikkeld land het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IRVK) te negeren. Er was op dat moment minder aandacht voor die andere hoofdstukken uit het wetsontwerp: die waarin werd erkend dat 18-plussers gezien hun (hersen)ontwikkeling eigenlijk nog geen volwassenen zijn. En dat dit dus vraagt om gepast beleid, gepaste straffen en gepaste maatregelen. 4 juni 2013 aanvaardde de Tweede Kamer het wetsvoorstel. Het wetsvoorstel bevatte immers voor elk wat wils. Aan de ene kant wat verzwaringen, aan de andere kant wat meer aandacht en mogelijkheden voor de pedagogische invalshoek. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie riep vervolgens een groot aantal partijen bijeen om te adviseren over de uitvoering van de wet. Ook werd een stevig Projectteam opgetuigd. Niet overbodig, want het bleek een enorme klus om wet- en regelgeving en de verschillende beleidsprocessen van 18+ en 18- op elkaar te laten aansluiten. Dit nog afgezien van de benodigde inhoudelijke verdieping. 1 april 2014 werd de wet ingevoerd. De reclassering kreeg de meeste veranderingen te verwerken. Op de website van de reclasseringsorganisaties prijken momenteel zo’n 20 documenten met instructies, schema’s en handleidingen. En nog zijn we niet klaar.

De (verslavings)reclasseringswerker gaat graag aan de slag met de jongeren. Maar dan moet hij zich dus eerst een encyclopedie aan nieuwe afspraken eigen maken. Een werker vertelde bijvoorbeeld over Jan, een 22 jarige LVB-er die, onder invloed van alcohol, en om de vriendschap te winnen van zijn criminele buurtgenoten, een ernstig delict pleegde. Hij turfde 80 uren werk –waarvan 16,7 uren declarabel - om alle nieuwe afspraken te kunnen toepassen, referenten te raadplegen en ook alle hobbels rond de gemeentelijke zorginkoop te nemen.

Mooi, die aandacht voor de in ontwikkeling zijnde jong volwassene. De ketenpartners hebben dan ook loyaal (soms morrend, dat wel) meegewerkt. Maar waar staan we nu? Zeker, bijna iedereen is blij dat de harde straffen voor criminele pubers onder het tapijt gemoffeld lijken. Winst is zonder meer de aandacht die de 18-23 jarigen nu krijgen. Winst zijn ook de nieuwe contacten tussen bijvoorbeeld de volwassen- en jeugdreclassering en de Raad voor de Kinderbescherming. Maar hebben we wat aan een encyclopedie als het gaat om een goede, persoonsgerichte aanpak?

Het was wat mij betreft veeeeel handiger geweest als het departement in 2011 had gevraagd aan bijvoorbeeld reclasseringswerkers, officieren en JJI werkers: “Mensen, we willen een persoonsgerichte aanpak speciaal voor 18-23 jarigen, wat hebben jullie daarvoor nodig?” Dan hadden ze niet om een wet gevraagd en zeker ook niet om 20 uitvoeringsdocumenten. Tien tegen één dat we dan met slimme afspraken over samenwerking, bijscholing en het beter benutten van bestaande mogelijkheden een heel eind waren gekomen. Beleid wordt uiteindelijk  in de uitvoering gemaakt, en niet andersom.

 

Corine von Grumbkow Senior beleidsmedewerker/projectleider Stichting Verslavingsreclassering GGZ

Deze website is gemaakt door Tjep's digital agency