Radicaal anders

In dit dubbelinterview gaan Bas Timman - voorzitter van de Raad van Bestuur van Jeugdformaat - Jeugdzorg Nederland - en Krijnie Schotel - directeur-bestuurder Horizon jeugdzorg en speciaal onderwijs - met elkaar in gesprek over de toekomst van gedwongen jeugdhulp.

De stellingen

 

Krijnie Schotel: ‘Gedwongen’ jeugdhulp moet worden vormgegeven op geleide van de inhoudelijke vraag van de jongere en zijn systeem in plaats van op de aard van de maatregel. Dat wil zeggen dat de scheiding tussen straf en civiel kan worden opgeheven.'

 

Bas Timman: 'Als je het jeugdstrafrecht in Nederland wilt hervormen, moet je radicaal anders denken. Ik vraag me af of het bestaande systeem daartoe in staat is. Daarom denk ik dat de verandering ook van buitenaf moet komen. De gewone jeugdzorg moet dan ook nauw betrokken worden bij de aanpak van jongeren met delinquent gedrag.'

Krijnie: 'Ik denk dat je veel meer vanuit de inhoud moet gaan kijken naar wat jongeren nodig hebben, waarbij het kader gedwongen jeugdhulp is, dat is justitiële jeugdzorg, jeugdzorg plus, forensische jeugd ggz. Dus het forensische veld. We moeten niet meer alleen kijken naar de aard van de juridische maatregel, maar naar wat jongeren echt nodig hebben. Dus minder vanuit straf en meer vanuit de hulpvraag. Als je iets wilt doorbreken moet je niet de straf ter discussie stellen, maar de hulpvraag centraal stellen.’
Bas: 'Ik denk dat het justitiële systeem gericht op jongeren echt niet alleen in staat is om zichzelf te hervormen. In Duitsland en Engeland bijvoorbeeld gaat men uit van één systeem. Wij hebben dat raar opgeknipt. Daarbij komt nog dat het probleemgedrag van jongeren enorm is gejuridiseerd. Ik ben er echt van overtuigd dat je vrij radicaal een andere koers moet gaan varen. Waarbij je niet alleen de zorgvraag van jongeren centraal moet stellen, maar ook het pedagogisch perspectief anders moet formuleren. Ouders moeten veel meer een rol krijgen bij de behandeling. Maar misschien ook wel een rol in het uitvoeren van de straf. In Engeland krijgen jongeren bijvoorbeeld een avondverbod en de ouders moeten dat handhaven.'
Krijnie: 'Mag ik het wat nuanceren. We hebben enorme stappen gezet in de richting die jij beschrijft. Het besef leeft echt dat we meer moeten focussen op participatie, op behandeling, op zorg. Maar we worden soms gehinderd door wet- en regelgeving.. Daar zitten we in gevangen.'
Bas: 'We spreken ouders veel te weinig aan, vind ik. We halen jongeren weg en we zetten ze in een project. Je mag ouders toch aanspreken op hun verantwoordelijkheid? Daar zouden interventies ook veel meer gericht op moeten zijn, lijkt mij. Ik denk dat je het terug moet brengen naar het gewone leven. Waarom geen jongerenrechtbanken op scholen, bijvoorbeeld.'

Krijnie: 'We hebben een enorm gezagsvraagstuk in Nederland. Niet alleen in de gezinnen, maar ook op de scholen en op straat. We moeten het gezag terugpakken. Jongeren moeten begeleid worden door mensen met wie ze een 'klik' hebben. Die hen durven aanspreken en die ze bij wijze uit hun bed trekken als ze niet komen opdagen. Het gezag moet weer gevoeld, weer ervaren worden.'
Bas: 'Ik hoor je niet over het aanspreken van de ouders…'
Krijnie: 'Zo ver was ik nog niet. Ik ben het met je eens. Maar in de huidige populatie van de jji's zit een oude groep jongeren. Daar is dat niet de weg. Wel bij de jongens tussen een jaar of zestien.'
Bas: 'In Denemarken zag ik dat ouders direct werden aangesproken op vervelend gedrag van hun kinderen. Zo van: gaat u maar een opvoedcursus doen. Als het gaat om delinquentgedrag mogen we daarin veel radicaler worden. Dus ouders betrekken en hen wijzen op hun verantwoordelijkheid. Dan liggen de oplossingen veel dichterbij. Als je kijkt naar het aantal preventief gehechten; dat is verschrikkelijk. Die komen in een sfeer, in een omgeving terecht die niet echt goed voor ze is. Die horen daar echt niet thuis.'
Krijnie: 'Dan moeten we wel bedenken wat we nodig hebben aan randvoorwaarden om daar iets aan te doen. Dus nadenken over welk perspectief we die jongeren kunnen bieden. En dan niet op de lange termijn, maar morgen en overmorgen. Daar moeten we regelruimte voor krijgen.'
Bas: Met alle respect voor de jji's toch het volgende. Het is heel moeilijk om vanuit een repressief systeem te veranderen. De jji-gebouwen zitten een opbouwend systeem ook in de weg.'
Krijnie: 'Een gebouw is niet de hoofdzaak. De kern zit veel meer in bejegening en beheersing. Ook in de jji-gebouwen zouden ze meer kunnen nadenken over benadering van de jongeren.'
Bas: 'Groepen van 10, 12 jongeren is niet optimaal. Groepen van vijf jongeren bij elkaar in de wijk, met controle van de wijk, met toezicht van de wijkagent, met elektronische controle, maar wel in de eigen omgeving. Dat kost geld, maar dat moeten we ervoor over hebben.'
Krijnie: 'Ik geloof meer in mensen dan in gebouwen. Als ik mag dromen, ga ik het ook over andere gebouwen en andere locaties hebben. Laten we wel concluderen dat je niet al deze jongeren dichtbij en kleinschalig kunt opvangen. Bij een groot aantal jongeren zou het prima kunnen werken, die kleinschaligheid en benadering dichtbij.'
Bas: 'Het streven zou moeten zijn om naar één of twee jji's te gaan en de rest van de jongeren in de eigen omgeving te houden. Dus een hele kleine groep mag je zo nodig even isoleren uit de samenleving. En de anderen vang je op in kleinschalige omgeving waar wel een stevige aanpak voor staat. Jongeren kunnen dan gewoon hun school blijven bezoeken. Maar hebben dan bijvoorbeeld een uitgaansverbod 's avonds. Eventueel aangevuld met elektronisch toezicht. Daarvoor moet je dan wel een gestructureerde omgeving scheppen die niet soft is. Ik denk dat de maatschappelijke winst uiteindelijk enorm is.'
Krijnie: 'Dit staat ook in het masterplan van justitie. Als we jongeren uit de samenleving halen, doen we dat kortdurend en intensief met het doel om hen zo snel mogelijk weer terug naar hun eigen omgeving te krijgen. Daar zetten we steeds meer op in. Daar wil ik wel aan toevoegen dat in de jji's mensen werken die zich realiseren dat ze elke dag opnieuw met deze jongeren kunnen en willen starten. Een jji is in die zin wel een soort van eindstation en dat betekent dat je ook tot elkaar veroordeeld bent. Daar kun je ook kracht uit putten.'
Bas: 'Toch vind ik het een soort van mission impossible. De jongeren in jji's zitten in een gesloten omgeving, ver weg van huis, van school, van werk, van vrienden, van familie. Hoe kun je dan werken aan verandering? Hoe krijg je dat voor elkaar binnen zo'n gesloten omgeving. Daar wil ik aan toevoegen dat in een humane samenleving alles gericht moet zijn op pedagogiek als het gaat om jongeren onder de achttien jaar. Neem bijvoorbeeld de lvb-doelgroep, veel van juist die jongeren kom je in onze instellingen tegen. Wat heb je zulke jongeren te bieden? En hoe ga je ze iets bieden na hun achttiende? Zulke vragen moeten we beantwoorden.'

Krijnie: We zien gelukkig dat in heel Europa, dus ook in Nederland, het aantal jongeren dat serieus in de fout gaat terugloopt. We zien dat er op dit moment wel de volledige capaciteit in de JeugdzorgPlus benut wordt. Dus we zien wel een soort van verschuiving.'
Bas: 'Het waterbed-effect. En op zich een goede ontwikkeling. Maar het gaat om doorontwikkelen. Ik geloof echt in die kleinschaligheid. We moeten niet op onze gebouwen blijven leunen. Saneren kost geld. Als het om een andere sector zou gaan, worden daar ook serieuze bedragen in geïnvesteerd. De overheid zou wat mij betreft een paar honderd miljoen moeten investeren om hier een fundamentele verandering in te zetten.'
Krijnie: 'Ik ga niet zo ver dat alles in de wijk zou moeten gebeuren. Er is een kleine groep voor wie je een residentiële oplossing moet kunnen bieden. De groepsdynamiek telt ook. En denk eens aan lotgenotencontact.'
Bas: 'Hmm, ik geloof heel erg in de individuele aanpak. Ze kunnen wel wat aan elkaar hebben hoor, maar je loopt steeds weer het risico van deviantie-ophoping. Het staat of valt natuurlijk met de problematiek en het type stoornissen en trauma's.'

Krijnie: 'Het kan niet meer zo zijn dat dit als samenleving niet ons probleem is. Het is onze verantwoordelijkheid. We moeten af van het 'not in my back yard'-denken. Als we iets in de wijk gaan organiseren, is het ook onze verantwoordelijkheid als wijk. Dan zijn wij, de wijkbewoners, de ogen en de oren en de stem van de wijk. We kunnen, nee, we moeten gezag hebben over wat daar gebeurt.'
Bas: 'Neemt niet weg dat je soms jongeren wel even uit hun systeem moet halen. Dus naar het platteland, ver weg van hun stad. En dat moet je kortdurend en intensief doen.'
Krijnie: 'Misschien wordt het wel weer tijd voor een ministerie van Jeugd. Dat was er eigenlijk te vroeg. Erg jammer.'
Bas: 'Ook in het licht van de vergrijzing is het essentieel om te investeren in de jeugd. Daar zou je toch echt een specialisme van moeten maken.'
Krijnie: 'Het is onze jeugd. En het is onze samenleving.
Bas: 'Het blijkt - en daar zijn talloze voorbeelden van - dat wanneer je serieus en structureel en gezamenlijk investeert in probleemjongeren, het rendeert. Dat is op de langere termijn ook een forse kostenbesparing. Jammer genoeg hebben we geen gezamenlijk van hoe dat zou moeten. En de hele financiering is na de transitie fors versnipperd. Wil je het verbeteren, dan moet je zorgen voor een goede infrastructuur. Die is echt wel te bedenken, maar niemand voelt zich verantwoordelijk voor het grotere beeld.'
Krijnie: 'De boel is goed ontwricht in de afgelopen jaren en dat heeft ons behoorlijk wakker geschud. We zijn veel hiaten gaan zien. En daarom zou ik graag zien dat we de tijd krijgen om onze nieuwe en veranderde inzichten in praktijk te brengen. Ik zou het ook wel interessant vinden om eens een heldere business case te maken van wat het nou allemaal kost als een jongere bij ons terechtkomt en dus niet meer school gaat, geen diploma haalt, nauwelijks nog kans heeft op werk enzovoorts, enzovoorts. Ik denk dat het de zin van ons werk in een ander perspectief zou zetten.'

De slotvraag
Bas: 'Wie hebben jullie als ForCA-leden nodig om de verandering die we schetsen tot stand te brengen?'

Krijnie: 'Hoeveel moed en lef tonen wij om het echt anders te gaan neerzetten? Ik zou wel wat burgerlijke ongehoorzaamheid willen zien.'

 

Deze website is gemaakt door Tjep's digital agency