interview

Wat kunnen Omega-3 vetzuren betekenen voor deze doelgroep?

 

 

Psycholoog Matthias de Boer doet promotieonderzoek vanuit de UvA. Hij onderzoekt het effect van Omega-3 verzuren op het gedrag van delinquente jongeren. Het doel is om te ontdekken of Omega-3 vetzuren een positief, dus probleemverminderend,  effect heeft op deze doelgroep. Een van zijn begeleiders is pyschiater Thea Strieder van de Bascule, die is gedetacheerd bij Amsterbaken waar het onderzoek onder andere zal plaatsvinden.

 

 

Is er al ervaring met toevoegingen aan voeding van gedetineerden?

‘In de VS is daar ervaring mee opgedaan. Toevoeging van vitamines en mineralen aan de voeding gaf een groot effect te zien op de agressiereductie binnen een gevangenis. In Engeland is een onderzoek gedaan bij jongvolwassenen; het aantal incidenten binnen de gevangenis daalde daar met éénderde. En dat puur door het aanpassen van het dieet! Ook in Nederland is onderzoek gedaan bij jongvolwassenen. De resultaten waren veelbelovend. Het unieke van het onderzoek van Matthias is de doelgroep van 14 tot 18 jaar. Met die jongeren is op dit gebied nog geen ervaring. Juist de adolescentie is een belangrijke leeftijd om een dergelijk onderzoek uit te voeren. Aan de ene kant omdat de voedingsgewoontes van jongeren te wensen over laten en goede voeding de brandstof voor een goed functionerend brein is. Ten tweede, omdat gedurende de adolescentie belangrijke hersenstructuren zich ontwikkelen en rijpen. Als het brein zich gedurende deze kritieke tijd niet kan ontwikkelen zal dit in de volwassenheid waarschijnlijk niet meer te herstellen zijn. Hier is dus veel te winnen’.

 

 

Wat wil Matthias gaan meten?

Hij wil de cognitieve verbeteringen gaan meten. Dat is goed te controleren, bijvoorbeeld via EEG en neuropsychologisch onderzoek. Zelf zou ik het interessant vinden om ook te controleren of er morfologische veranderingen zijn. De Omega-3 vetzuren zijn voor een groot gedeelte verantwoordelijk voor de myelinisatie van de zenuwbanen. Dat is het isolatielaagje dat aangelegd rondom de zenuwbanen. Door Omega-3 toe te voegen aan het dieet is dat te beïnvloeden en kunnen de tekorten worden aangevuld. Dat is overigens al wel eerder aangetoond, bij dieren en volwassenen.’

 

 

Waarom gebeurt dit in Amsterbaken?

‘We hebben een setting nodig waarin je dit gecontroleerd kunt aanbieden. Dat kan hier in Amsterbaken. De jongens zitten hier voor een bepaalde tijd binnen. Voor het onderzoek belangrijke variabelen zijn hier voor alle jongeren gelijk. Daarnaast kan je goed in de gaten houden of ze de Omega-3 vetzuren daadwerkelijk nemen. We zijn aan het kijken of we dit onderzoek kunnen combineren met een ander onderzoek van collega’s. Die doen functionele MRI-studies van het brein bij gedetineerde jongeren. We hebben overlegd en besloten om de handen ineen te slaan. We gaan naast het EEG-onderzoek ook MRI, fMRI en DTI onderzoek doen. Zo kunnen we samen optrekken en gebruikmaken van de kennis en kunde van beide onderzoeksgroepen.

 

 

Is er een controlegroep?

Ja, natuurlijk. Eén groep zal de Omega-3 vetzuren krijgen en de andere groep een placebo. Beide zullen dubbel blind worden verstrekt, zodat we dubbel blind, gerandomiseerd onderzoek doen met een controlegroep. Dit wordt in de wetenschap gezien als de ‘Golden Standard’.

Op basis van de resultaten van dit onderzoek kun je weer verder onderzoek doen. Bijvoorbeeld naar eetpatronen. De jongeren hier in Amsterbaken en in andere inrichtingen lopen vaak qua ontwikkeling achter, op meerdere terreinen. Het zou natuurlijk mooi zijn als we ontdekken dat de toevoeging van Omega-3 een gunstige invloed heeft. Dit zijn relatief simpele en zeer betaalbare maatregelen. Als je daarmee een goed effect bereikt, dat zou prachtig zijn.’