Onderzoek naar Moeder-babyinterventie
Leoniek Kroneman is gedragstherapeut/behandelaar bij Traverse en als senior onderzoeker verbonden aan LSG Rentray. Ze doet onderzoek in het Moeder&kindhuis in Zutphen samen met onderzoekers van de VU: Carlo Schuengel, Mirjam Oosterman en Marjolein Hof. Het onderzoek richt zich op moeders en hun babies die in het Moeder en Kind-huis (MKH) wonen. Het MKH is een residentiele behandelvoorziening voor tienermoeders van dertien tot drieëntwintig jaar. De gemiddelde leeftijd bij binnenkomst is zestien. Het gaat om meiden met ernstige gedragsproblemen. Een aantal van hen komt uit een justitiële jeugdinrichting waar een meisje na vijf maanden zwangerschap niet meer mag verblijven. Alle meiden in het MKH hebben een machtiging gesloten plaatsing of worden via de AWBZ geplaatst. De opname in het MKH vindt meestal plaats tussen de 32 en 36 weken, de jonge moeder bevalt in het ziekenhuis waarna moeder en kind zo snel mogelijk weer teruggaan naar het MKH.
Wat behelst jullie onderzoek?
‘In het MKH werken we met een zelf ontwikkelde methodiek, onderdeel van deze methodiek is de Moeder-baby interventie. Die interventie is nog niet erkend; erkenning is één van de doelen van het onderzoek. Doet deze interventie wat we ermee beogen? Het is een afgeleide van een erkende moeder-baby interventie voor depressieve volwassen moeders. Karin van Doesum (e.a.) van de Radboud universiteit heeft die ontwikkeld. Een groot deel van onze interventie komt overeen. Zo doen we beide video-opnames. Die opnames bieden veel aanknopingspunten voor gedragsverandering.
Het belangrijkste doel van de interventie is het doorbreken van de transgenerationele overdracht. Tienermoeders met gedragsproblemen dragen die meestal ernstige problemen vaak over op hun kinderen. Daarin verandering brengen kost tijd en daarom doen we doen we na de bevalling en de eerste periode van moeder en kind ook een follow-up als het kind 12 en 18 maanden oud is.’
Kun je iets vertellen over duur en omvang?
‘We gaan uit van een vier jaar lopend onderzoek. In maart 2010 zijn we begonnen. Het is de bedoeling om alle moeders van het MKH te includeren. En dat gaat best goed. We hebben circa 75 moeders nodig voor een gedegen onderzoek. Daar is zo’n drie jaar voor nodig, want jaarlijks stromen zo’n 25 à 30 moeders in. We willen weten of het effect van de interventie er ook nog na twaalf en achttien maanden is. Daarbij kijken we dan niet alleen naar de sociaal-emotionele ontwikkeling, maar ook naar de hechting. Daar hoop je resultaten te zien. Lukt het om nieuwe relaties aan te gaan, met leeftijdsgenoten en later partners.’
In welke vorm doen jullie onderzoek?
‘Het onderzoek bestaat uit een interview en vragenlijst tijdens de zwangerschap. We brengen de psychische problemen in kaart, traumatische ervaringen in verleden, en we kijken in hoeverre de aanstaande moeder klaar is voor het moederschap. Verder doen we een biografisch interview met de moeder. Heeft zij hechtingsproblemen vanuit haar verleden? En we bekijken factoren als roken, drinken, verslaving tijdens de zwangerschap. Na de geboorte, als de baby twee weken oud is, maken we de eerste video-opname van moeder en baby. We vragen de moeder om te vertellen over haar kind. Vervolgens wordt haar verhaal gescoord middels een coderingsysteem van de University of Pittsburgh dat is ontwikkeld door dr. Alison Hipwell. Welke factoren zitten er in wat ze vertelt? Is ze sensitief, toont ze genegenheid? Dat soort zaken bekijken we. Er zijn vervolgens meetmomenten als de baby 3, 6, 12 en 18 maanden oud is. We filmen als moeder haar kind in bad doet. Dat is een stressvolle situatie voor de baby. Op zo’n moment kun je heel goed zien of moeder de signalen van haar baby oppikt. Daarnaast kijken naar we naar het temperament van de baby via een vragenlijst voor moeder en begeleider. Uiteraard onderzoeken we van de baby ook de motorische en mentale ontwikkeling’.
Hoe ziet het vervolg eruit?
‘Na twaalf en achttien maanden onderzoeken we de hechtingsrelatie tussen moeder en kind, Daar is een internationaal erkende procedure voor: de strange situation. Kind en ouder zijn samen in een kamer waar vervolgens allerlei dingen in scène worden gezet. De moeder gaat weg, hoe reageert het kind? De ouder komt terug, hoe reageert het kind daarop? Er komt een fee binnen, wat is de reactie? Dat alles wordt op video opgenomen en daarna maken we via de protocollen voor deze methodiek een score.
Dat alles is gericht op de lange termijn; we willen ontdekken wat er nodig is om die overdracht van problemen te doorbreken. Mocht de interventie voor sommige groepen beter of juist minder goed werken, is dat belangrijke informatie. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar deze complexe groep jonge moeders. We willen hen een zo optimaal mogelijk behandelaanbod bieden. Zodat we zoveel mogelijk gezonde ouder- en kindrelaties krijgen.’