Zeer waardevolle resultaten uit onderzoek naar leefklimaat groepen.
Thijs de Jongh is diagnostisch psycholoog bij Amsterbaken. Hij doet screening en diagnostiek om de problematiek bij jongens in deze inrichting in kaart te brengen. Daarnaast is hij betrokken bij onderzoek naar het leefklimaat van jongeren in een gesloten setting. Het onderzoek beperkt zich niet tot de jongeren, maar ook medewerkers worden erin meegenomen. Peer van der Helm – heeft zijn promotieonderzoek aan de VU over dit onderwerp gedaan. De start van het onderzoek was in Teylingereind, inmiddels doen inrichtingen in het hele land mee.
Wat is bepalend voor het leefklimaat?
‘Wat is dat leefklimaat, waar bestaat dat uit? Dat was een van de kernvragen. Peer van der Helm heeft een instrument ontwikkeld om dat te meten. De PGCI – een vragenlijst die een goede indicatie geeft van het leefklimaat op een groep. Het blijkt dat er vier factoren zijn die grote invloed hebben op de kwaliteit van het leefklimaat. Allereerst de responsiviteit van de groepsleiding, Dat is echt de belangrijkste factor – met afstand. Dit in tegenstelling tot wat een deel van de groepsleiders nog wel eens geneigd is te denken: het maakt toch nog zoveel uit wat ik doe. Dat is dus niet waar! De rol van de groepsleider is van grote invloed op het leefklimaat van de groep. Ze doen heel belangrijk en moeilijk werk. De tweede factor is of jongeren de indruk hebben dat zij aan hun verblijf op de groep iets positiefs overhouden. Ervaren zij zelf groei, ontwikkeling? De derde factor gaat over de onderlinge verhoudingen. De vierde factor draait om de mate van repressiviteit. Dat is een negatief correlerende factor. Het gaat dan niet om consequenties van verkeerd gedrag, zoals vechten, maar om onlogische regels, misbruik van een machtspositie. Dat soort zaken.’
Wat kun je met de resultaten van dit onderzoek?
‘Het doel is het vergroten van de zogenaamde ‘locus of control’ en van de behandelmotivatie bij de jongeren. Als je een goed pedagogisch klimaat in de groep weet te creëren heeft dat een groot positief effect. De jongeren zijn dan meer gemotiveerd om echt iets uit de behandeling te halen. Locus of control betekent dat ze niet alles wat hen overkomt toeschrijven aan hun omgeving, maar dat ze zich ook zelf meer verantwoordelijk voelen voor wat er met ze gebeurt. Terwijl je heel vaak ziet dat de basishouding is dat het aan de omgeving ligt.
Maar er zijn meer factoren die van invloed zijn. Actieve coping bijvoorbeeld. Ervoor zorgen dat jongeren meer actief met hun problemen aan de slag gaan. Het vergroten van cognitieve empathie is ook belangrijk. Dat is gemeten en het blijkt dat ze zich in een positief leefklimaat beter in anderen kunnen gaan inleven. Dat is heel interessant, met name voor groepen die tot nu toe heel resistent voor behandeling waren. Dit zijn overigens de uitkomsten van het grote onderzoek dat zich uitstrekte over verschillende inrichtingen.
Wat kun je zeggen over de rol van de medewerkers?
De rol van de medewerkers is groot. De factoren die het leefklimaat beïnvloeden komen voort uit wat zij doen of laten. Het blijkt dat medewerkers vaak het idee hebben dat ze te weinig handvatten hebben om dit moeilijke werk te doen. Dan ontstaat handelingsverlegenheid en dat leidt tot angstgevoelens. Het gebeurt nogal eens dat bijvoorbeeld groepsleiders met wat ze geleerd hebben tijdens hun opleiding en hun persoonlijke vaardigheden te weinig grip hebben op het groepsproces. Dat geeft een ongemakkelijk gevoel. Dan reageren ze door of in de agentenrol te gaan zitten, dus vanuit macht opereren, wat een negatieve uitwerking heeft. Of ze trekken zich wat meer terug en gaan veel in het kantoor zitten. Dan wordt het een soort van survival of the fittest op de groep. Het is dus essentieel dat groepsleiders goed ondersteund worden en voldoende handvatten krijgen om hun taak uit te oefenen. Zowel in de opleiding als door coaching van senior pedagogisch medewerkers. Leidinggevenden hebben daarin een grote rol. De medewerkers moeten zich door hen gesteund voelen, dat helpt enorm.
Waarom is dit onderzoek belangrijk?
Dit is de kern van waar we mee bezig zijn. Als behandelinrichting zijn dit de zaken die je wilt, nee die je moet weten. Het leefklimaat is van grote invloed op de effectiviteit van de interventies die we inzetten. De energie en aandacht moet naar het primaire proces. Het is cruciaal om een solide basis neer te zetten om van daaruit met een gerichte methodiek zoals bijvoorbeeld YOUTURN verder te werken. Daarom is de breedte ook zo belangrijk; de samenwerking tussen wetenschap, opleidingen en de praktijk. Een goed leefklimaat is de belangrijkste werkzame factor van de behandeling . Ik hoop en ik denk dat de resultaten van dit onderzoek gevolgen gaan hebben voor de vraag hoe we het werk op de groepen nog beter kunnen gaan inrichten en medewerkers kunnen ondersteunen in hun werk.