Interview met Patrcia Meijer

Goed ingeregeld


Patricia Meijer begon op de bijzondere zorgafdeling van Teylingereind. Ze is vanaf de start betrokken bij de Ven, de observatieafdeling. Ze ontwikkelde zich er van pedagogisch medewerker naar senior pedagogisch medewerker en inmiddels teamleider.


Functie

‘Mijn rol is voornamelijk gericht op het zorgen voor het team, maar ook voor de veiligheid, de procesgang, hoe het verloopt op de groepen. Je bent betrokken bij de voorbereidingen en bij de nazorg. Ik probeer wel regelmatig op de groep te zijn om feeling te houden met iedereen. Dus ik lunch elke week wel een keer mee.
Ze hebben mij nodig als ze bijvoorbeeld toestemming voor iets moeten vragen, dan is dat vaak een moment voor een wat langer gesprek. Wat ik trouwens ook doe is altijd even op maandag zitten met de jongen die vrijdag binnenkomt. Wat ik wel belangrijk vindt is om de jongeren te laten merken dat ik beschikbaar ben op het moment dat ze iemand willen spreken. Ik heb als voordeel dat ik iets meer afstand heb.’


Routine

‘De groepsleiders zijn gewend dat er iedere week een jongere instroomt en uitstroomt. Dat betekent dat de groepsdynamiek sterk wisselt. Dat maakt het voor de betrokkenen er soms niet gemakkelijker op, maar het is wel een prima methode om veel aan de weet te komen over de jongeren. De medewerkers hier moeten kunnen werken met een methodiek waarin het niet primair gaat om beheersmatige zaken, maar juist om informatie en inzicht vergaren door middel van observatie. Je moet hier wel met beide benen op de grond staan, ook omdat we hier zo weinig mogelijk regels hebben. We werken met maar twee basisregels: luisteren naar de groepsleiding en naar elkaar en respect hebben voor alles en iedereen. De corveetaken bijvoorbeeld doen we zonder lijstjes en dat loopt prima met hier en daar wat extra aansturing. Dat werkt heel prettig voor de jongens. En ze kunnen er allemaal prima mee omgaan tot nu toe.’


Rol

‘Ik maak geen deel uit van het rapportageteam. Ik hou wel alle deadlines in de gaten. Soms moeten daar zaken voor geregeld worden, of we moeten een aantal zaken afstemmen of even aan tafel om te overleggen. Ik ben verder aanspreekpunt voor externe contacten en ook voor de ouders van de jongeren. Ik zit wel bij de tweewekelijkse jongerenbespreking; het is heel belangrijk om daarin even de kritische vragen te kunnen stellen die bij je opkomen als je wat meer afstand hebt. Maar bijvoorbeeld ook de support voor je team als een jongere nogal wat externaliserend gedrag vertoont. Hoeveel ruimte laat je dan toe? Hoe belangrijk is dat voor de beeldvorming rondom die jongere? Wat is het effect op de groep? Daarin is het goed om een klankbord te hebben. Verder ben ik op de hoogte van het delict dat de jongeren hebben gepleegd; de groepsleiders weten dat niet.’


Als persoon

‘Het mooie van hier werken vind ik dat we heel goed naar de jongere als persoon kijken. Wie ben je nou eigenlijk? Wat kun je wel en niet? Welke vaardigheden heb je? Welke risico’s zijn er in je directe omgeving, in het gezin? We vergaren hier heel veel informatie waaraan de jongere heel veel kan hebben als hij terugkeert naar de samenleving. Is zijn agressieprobleem het gevolg van een trauma bijvoorbeeld? Zulke kennis is essentieel voor het vervolg, voor een eventuele behandeling.’


Inzage

‘De observatieperiode is een heel bewust proces; voor iedereen die erbij betrokken is. Het komt vaak voor dat jongeren aan het eind van de periode zeggen dat ze zich herkennen in het beeld. Elke jongere krijgt voor zijn vertrek inzage in de rapportage. Hij mag daarover ook zijn mening geven. Overigens mag hij ook na vertrek nog inzage vragen. Dan komt hij terug hierheen en gaat samen met de psycholoog en psychiater de stukken bekijken en zijn vragen daarover stellen. Daar nemen we ook echt de tijd voor, zodat we weten dat hij begrijpt wat er over hem op papier staat en het waarom daarvan.’


Ingeregeld

‘Het proces staat goed, maar we blijven ontwikkelen. Zo hebben we de systeemobservatie afgelopen jaar naar de groep gehaald. Ook hebben we onderzoek ontwikkeld naar mede-daders. Voor de systeemobservatie halen we ouders, broers en zussen ook hierheen. Die eten bijvoorbeeld mee op de groep, kunnen de kamer van de jongere bekijken. Wij kunnen dat observeren en daaruit veel aflezen. Hoe communiceren ze met elkaar? Welke positie hebben ze ten opzichte van elkaar? Hoe werken ze samen? Hoe uiten ze hun respect naar elkaar? We kijken dan overigens ook naar de hele groep, want de komst van een gezin doet natuurlijk ook wat met de groepsdynamiek. Op basis van die observaties kunnen we ook advies geven over de ouderparticipatie. Wat moet er gebeuren om te zorgen dat hun betrokkenheid zoveel mogelijk effect sorteert. Niet alle ouders doen mee en dat is jammer, want hun interactie is enorm belangrijk.’


PIJ-jongeren

‘Jongeren met een PIJ stromen ook bij ons in. Dat kan in de beginfase zijn, maar ook voordat de eerste twee jaar van zijn PIJ afloopt. Voor deze jongeren hebben we andere onderzoeksvragen. Die zijn erop gericht dat we zoveel mogelijk informatie krijgen op basis waarvan we een weloverwogen behandel- en bejegingsadvies kunnen geven.’


Hypothese

‘We werken vanuit de hypotheses die de andere disciplines ontwikkelen. Van daaruit stellen we concrete en individuele observatiedoelen voor de groep op. Dan kijken we bijvoorbeeld naar de interactie met de groep. Op basis van de antwoorden op de individuele observatiedoelen, kunnen de psycholoog en psychiater de hypothese bevestigen of verwerpen; of besluiten dat die nog verder onderzocht moeten worden. Pas als we hypotheses kunnen bevestigen, gaan we kijken naar zaken als leerbaarheid, ontwikkelingspotentieel. Uiteindelijk proberen we het advies dat we na zeven weken geven, zo concreet mogelijk te maken. Dus als er behandeling nodig is, staat dat in het rapport. De conclusies in de rapportage zijn heel divers. Wat ook voorkomt is dat jongeren toch echt psychiatrische behandeling nodig hebben. Die zijn dus gewoon ziek, kun je zeggen. Als het trauma bijvoorbeeld niet gezien wordt, krijgt zo’n jongere de verkeerde behandeling. En juist het trauma is ook hetgeen de jongere zo goed mogelijk probeert te verbergen.’


Vetrouwen

‘Dit is een doelgroep die zo weinig vertrouwen heeft. Ik vind het essentieel dat iets daarvan terugkeert door hoe wij met hen werken. Voor mij is het mooiste als een jongen weggaat met de boodschap ‘ik heb me gerespecteerd gevoeld’. Een voorbeeld: we hadden een jongen die liefst steeds met je zou gaan vechten. Die werd overal weggestuurd, stage, werk, noem maar op. Die zegt dan na zeven weken dat hij hier liefst zou willen blijven. Hij schreef een briefje om ons te bedanken en zette daar onder andere in dat hij blij was dat wij niet bang voor hem waren. Veel jongens laten ons later ook nog weten hoe het met ze gaat via een kaart, of een telefoontje. We hadden zelf een jongen die bij ons voor het eerst weer is gaan lachen. Dan voel ik trots.’Add Content...

Meld u aan voor de nieuwsbrief

[lblText.Text]
send