'Voor deze jongeren heb je een aangepaste methodiek nodig in de jji’s'
Justitiële jeugdinrichting JJI Juvaid, Het Poortje is een van de jeugdinrichtingen die van start gaat met de specialisatie licht verstandelijk gehandicapten. Er is plaats voor twee groepen van elk maximaal acht jongeren. Marjolein Tiben is opgeleid als orthopedagoog en werkt als gedragswetenschapper en behandelcoördinator bij Juvaid op de lokatie in Veenhuizen. Ze vertelt over de voorbereidingen en licht de achtergronden toe van de keuze voor deze specialisatie.
Wanneer starten jullie met deze groepen?
‘Als er vier lvg-jongeren binnen zijn, gaan we van start. Op dit moment zijn er drie, dus de verwachting is dat het niet lang meer zal duren. We gaan ervan uit dat we eind 2011 twee volledige groepen hebben met jongeren die in deze doelgroep vallen. Het hele team is erop voorbereid. We zijn binnen Juvaid ook al langer bekend met jongeren die een licht verstandelijke beperking hebben. Binnen Wilster, onze jeugdzorg-tak, wordt al met hen gewerkt, maar dan natuurlijk niet binnen een justitieel kader. Daar draait al een jaar een groep met lvg’ers die serieuze gedragsproblemen hebben. Het team heeft na interne scholing snuffelstage gelopen bij de lvg groep in wilster en een behandelgroep voor sterk gedragsgestoorde licht verstandelijk gehandicapte volwassenen .’
Hebben jullie een specifieke methodiek voor deze groep ontwikkeld?
‘Natuurlijk, dat moet wel. Deze groep jongeren is fundamenteel anders dan jongeren met een hoger IQ. Hun
vermogen tot reflecteren, tot leren, tot structureren is echt beperkter. Daar moet je in je aanpak in alle opzichten rekening mee houden. Bovendien is er bij deze jongeren vaak sprake van bijkomende psychiatrische problematiek: depressie, ADHD, autisme spectrum stoornissen. Die problematiek ligt vaak aan de basis van hun gedragstoornis. Daar komt nog bij dat de IQ-range breed is; we spreken over jongeren met een IQ van tussen de 70 en 85. Dat is een groot verschil en vraagt een indivuele benadering passend bij ieders mogelijkheden en beperkingen. Toch zijn er voldoende aanknopingspunten om een specifieke methodiek voor deze jongeren te ontwikkelen. Waarbij we overigens gebruikmaken van het vele dat er al is: YOUTURN met daarin EQUIP en het sociaal competentiemodel. Het hele team heeft zich maandenlang voorbereid. Er is geoefend, en niet alleen met de aangepaste methodiek, maar ook via rollenspelen. We zijn naar een congres geweest over de lvg-doelgroep. Verder hebben we gewerkt aan uiteenlopende opdrachten, waarbij het team ook veel literatuuronderzoek gedaan heeft.’
Waarom vraagt deze groep meer creativiteit?
‘Het lastige is dat deze jongeren veel structuur nodig hebben. Binnen een heldere en vrij strakke structuur komen ze veel meer tot hun recht, veel meer tot leven, zou je kunnen zeggen. Tegelijkertijd bevinden de jongeren in onze groepen zich in een gesloten, dus volstrekt onnatuurlijke omgeving. Een omgeving ook waarbinnen beheersing en veiligheid belangrijk zijn. Daaraan moeten ze zich conformeren. Voor ons is het enorm belangrijk om binnen die moeilijke omgeving met deze moeilijke jongeren die zich vaak afsluiten of overschreeuwen en soms helemaal niets willen weten van hulp en ondersteuning, toch mannieren zien te vinden om hen te bereiken, om hen zo ver te krijgen dat ze iets meer van zichzelf laten zien. Je moet echt in staat zijn en de wil hebben om door hun gedrag, hun houding heen te kijken. De kans is groot dat als je door hun schil weet door te dringen, dat je een heel andere jongere te zien krijgt. Mensen met een licht verstandelijke beperking hebben vaak de neiging hun problematiek te ontkennen waardoor het vaak lastig is om een ingang voor verandering te vinden. Het gebeurt ook geregeld dat de hulpverlening de deur wordt gewezen. Om het veranderproces op gang te krijgen en te houden vraagt veel creativiteit van het team. Er is een lange adem nodig, veel herhaling en je moet kleine stapjes zetten voor het geleerde beklijft. Ook de diversiteit van deze doelgroep vraagt veel creativiteit. Je moet de geboden interventies kunnen laten aansluiten bij de individuele mogelijkheden en beperkingen. Het hele team staat te trappelen om van start te gaan. Het enthousiasme is groot en ik heb er alle vertrouwen in dat we goede resultaten gaan boeken. Ook al omdat de doelgroep licht verstandelijk gehandicapten echt als een specialisme wordt gezien. Ook vanuit het Ministerie van Justitie. Wanneer een jongere een PIJ-maatregel krijgt opgelegd en wordt aangemeld via het bureau
Individuele Jeugdzaken van het ministerie wordt daarbij meteen ook de plaatsing in een lvg-groep geregeld als
dat geïndiceerd is.’
Waarom is dit zo’n lastige groep?
‘Eigenlijk zijn deze jongeren erg kwetsbaar. Er is wetenschappelijk onderzoek gedaan naar hun delictgedrag
(te vinden via lvgnet.nl???). Het zijn jongeren die maar moeilijk ‘nee’ kunnen zeggen en vaak moeilijk aansluiting vinden bij prosociale jongeren binnen de maatschappij. Bij antisociale jongeren vinden ze vaak gemakkelijker aansluiting. Als ze verkeerde vrienden krijgen, lopen ze makkelijk mee. Bovendien zijn ze heel slecht in staat om de gevolgen van hun daden, of van de groep waarvan ze deel uitmaken, te overzien. Een deel van deze jongeren heeft dan ook nog eens last van middelengebruik. De invloed daarvan laat zich raden.’
Wat maakt juist deze doelgroep voor jou persoonlijk zo boeiend?
‘Allereerst de complexiteit. De combinatie van psychiatrische problematiek en hun lichte verstandelijke handicap. Dat vraagt om een aanpak die op maat is, maar ook veel ruimte biedt voor creativiteit. Ik heb al eerder met deze groep gewerkt in de psychiatrie. Deze mensen hebben met goede hulp heel veel in zich. Ik zie nog de jongeman die vanuit Juvaid aan de slag was bij een palletbouwer om daar werkervaring op te doen. Hij had tijdens een toets als eerste zijn zeven pallets klaar en scoorde op alle punten van de beoordeling positief. Zijn gezicht vergeet ik niet snel meer. Ze zijn ook heel letterlijk in de dingen die ze doen en vertellen. Een voorbeeld: over het verlof maken we afspraken. Bijvoorbeeld dat je als jongere in het weekend niet in de buurt van de jji mag komen. Maar ja, dat is natuurlijk wel moeilijk als je net een nieuwe scooter hebt... Het gaat er dan om dan je goed ziet waar je om de tuin wordt geleid en wanneer zo’n jongere het echt vanuit zijn eigen beperkte vermogens, enthousiasme en impulsiviteit doet.’
Hoe gaat het als een lvg-jongere de jji verlaat?
‘Goede nazorg is extreem belangrijk. Laten we wel wezen, het gaat hier om jongeren die blijvend afhankelijk zijn van zorg en ondersteuning. Natuurlijk in afnemende intensiteit, maar je mag ze niet laten vallen in de wankele periode na hun detentie of PIJ-maatregel. Daarom is het essentieel dat we de trajecten die we al hebben ook geschikt maken voor deze groep. Dus zowel het onderwijs, als de stagetrajecten. De werkervaringsplaatsen en de werkgeverstrajecten. Vergeet ook niet dat er aandacht nodig is voor de dagbesteding – lang niet alle jongeren zullen meteen in een baan, een stage of op een school terechtkomen. Onze individueel trajectbegeleiders zijn al enorm aan het zoeken naar activiteiten buiten het werk, sportclubs, verenigingen, noem maar op. En natuurlijk arbeidsplaatsen en plekken waar deze groep kan wonen, bijvoorbeeld tijdens een scholings- en trainingsprogramma (STP). Netwerken ontdekken, opbouwen en inzetten, daar komt het op neer.’
Nog even naar de methodiek, wat is er anders?
‘In de behandelmethodiek is generaliseren belangrijk. Het toepassen van geleerde vaardigheden in verschillende situaties is voor jongeren met een verstandelijke beperking vaak moeilijker. Ze moeten dingen ervaren, het heeft niet zoveel zin om met hen over van alles en nog wat te gaan praten. Concreet oefenen is belangrijk. Er is veel herhaling nodig en kleine stapjes voor het geleerde beklijft. De diversiteit de deze doelgroep vraagt veel creativiteit om je geboden interventies te laten aansluiten bij de individuele mogelijkheden en beperkingen van de betreffende jongeren. Daarom hebben we bijvoorbeeld de profielen in YOUTURN kleiner gemaakt. We zetten kleinere stapjes met ze; we geven sneller feedback en we belonen ze ook sneller. Ze leren het meest ín de situatie. Daarom zullen we bijvoorbeeld gedragsgerichte interventies in de groep herhalen en oefeningen op de groep aanpassen aan de individuele leerdoelen en mogelijkheden van de betreffende jongere. Bovendien komt er een EQUIP-toolkit specifiek voor lvg’ers met meer beeldmateriaal. Verder hebben we een aantal zaken in de dagroutine aangepast. Er zijn vaste ijkmomenten; veel duidelijkheid over wat de jongeren de komende uren kunnen verwachten.
Kortom, duidelijkheid en nog meer structuur. En een team dat er heel veel zin in heeft en open staat voor wat er komen gaat en bereid is om nog veel bij te leren.’