Hoe vergroot je de kwaliteit van leven van jongeren met een ernstige stoornis?
Charlotte Barendregt studeerde af in de ontwikkelingspsychologie aan de Erasmusuniversiteit. Daarna deed ze een bachelor biologische en cognitieve psychologie als voorbereiding op haar tweede Master in de rechtspsychologie aan de Universiteit van Maastricht. Haar scriptie ging over de rol van getuigen-deskundigen in het proces van tbs-ers. Ze werkt nu als aio op de Universiteit van Tilburg, in het jeugdforensische veld. Ze startte in december 2009 met haar promotieonderzoek dat zich richt op jongens die klinisch opgenomen zijn in een GGZ-instelling, een JJI of een jeugdzorginstelling. Veel instellingen die meewerken aan haar onderzoek, zijn lid van ForCA. Alexa Rutten (GGzE,/NFIP) en Lenneke Vugs (UvT) zijn nauw betrokken bij de uitvoering van het onderzoek. Charlotte wordt begeleid door Prof. dr. Chijs van Nieuwenhuizen (UvT/GGzE), dr. Ilja Bongers (GGzE) en dr. André van der Laan (WODC).
Je hebt al zo’n 135 jongeren met een ernstige psychische stoornis gesproken...
‘We spreken deze jongens een aantal keren tijdens hun opname. Het gaat om jongens die ergens lang verblijven. Ze moeten minimaal drie maanden opgenomen zijn. We interviewen ze op vier momenten. De eerste keer is als ze tussen de 16 en 18 jaar oud zijn. Via de inrichtingen benaderen we ze om deel te nemen aan het onderzoek. Daarna spreken we ze een half jaar later. Het derde interview is rond hun ontslag. Het vierde meetmoment is een jaar na hun ontslag, vooral ook om recidive-gegevens boven tafel te krijgen. We proberen groepen jongens te onderscheiden met wie het goed gaat en met wie het minder goed gaat. Welke factoren, welke variabelen zijn daarop van invloed? Dan gaat het bijvoorbeeld in sterke mate om de ervaren kwaliteit van leven. We willen een model toetsen waarmee we het onderscheid in beeld willen brengen tussen deze groepen jongens.’
Kwaliteit van leven is een kernbegrip?
‘Op alle vier de meetmomenten stellen we de jongens voor een groot gedeelte dezelfde vragen. Om kwaliteit van leven te meten, gebruiken we een vragenlijst die zowel subjectieve als objectieve onderdelen van kwaliteit van leven in kaart brengt. We onderzoeken ook hoe groot de invloed is van een belangrijke transitie. Bijvoorbeeld het moment ze dat naar huis mogen. Hoe ervaart hij dan zijn kwaliteit van leven? Dat is volstrekt anders dan het moment van plaatsing. Maar hoe ze dat beleven, en welke invloed dat heeft, dat willen we onderzoeken. Er komen facetten bovendrijven waar op dit moment in de behandeling mogelijk te weinig aandacht voor is. Dus we krijgen hopelijk meer sturingsfactoren in beeld.’
Je werkt volgens het Good Lives-model. Wat is dat?
‘Het onderzoek is gebaseerd op het ‘Good lives-model’, dat uitgaat van de kracht van een persoon zelf, van zijn of haar capaciteiten en competenties. De behandeling in de Nederlandse forensische jeugdpsychiatrie is nu vooral gericht op het in kaart brengen van risicofactoren en risicosituaties. Wat moet iemand vermijden om niet te vervallen in oud gedrag? Wij richten ons veel meer op de kwaliteiten die iemand al heeft. We willen dus gaan kijken of er mogelijkheden zijn om de behandeling meer daarop te richten. Waarbij we overigens de risicofactoren wel erkennen. Een van de jongens in ons onderzoek kan bijvoorbeeld goed rappen. Inmiddels is hij zo ver dat hij aan andere jongens rapworkshops geeft. Hij helpt zo vanuit zijn eigen kracht andere jongens. Ontwikkelen op een positieve manier.’
Wat verwacht je van de Postermeeting?
‘De postermeeting is heel zinvol om ideeën uit te wisselen over wat behandelaren en begeleiders met de uitkomsten van dit onderzoek en ander onderzoek zouden kunnen. Met onze analyses in de hand kijken naar wat we in de praktijk daarmee kunnen. Hoe maken we methodieken, behandelingen, een aanpak waarmee groepsleiders, pedagogisch medewerkers, gedragswetenschapper en anderen aan de slag kunnen? We moeten de brug slaan tussen wetenschap en praktijk. Kennis verenigen, zodat onze doelgroep daar echt wat aan heeft. Met als doel een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven realiseren. Verder verwacht ik een kijkje in de keuken van ander onderzoek. Wie zijn die andere onderzoekers? Wat zijn hun onderwerpen? Welke invalshoeken kiezen ze? Hoe kijken anderen naar deze moeilijke doelgroep? Wat zijn de ervaringen? Wat zit er al in de dossiers? Wat wordt er al aan onderzoek gedaan? Welke bestaande informatie, welke onderzoeksresultaten kan ik gebruiken voor mijn onderzoek?