Cruciale verdieping
Vanaf de start van de observatieafdeling is kinder- en jeugdpsychiater Anne Krabbendam betrokken. Ze is inmiddels twee en een half jaar actief op de observatieafdeling. Ze had drie taken: psychiatrische onderzoeken bij de jongeren, beleidspsychiater, onderzoeksleider. Daarvoor was ze via ForCA al betrokken bij de opzet van de observatieafdeling. Ze zat in de werkgroep methodiek die voor het starten van de afdeling uitdokterde wat de meest vruchtbare methodes zijn om tot goede observaties en rapportage te komen voor de jongens die op de afdeling zijn geplaatst.
Onderzoeksleider
'In die rol was het vooral mijn taak om het onderzoek te volgen en te begeleiden. Ik keek bijvoorbeeld of het proces goed was gevolgd, niet alleen volgens de normen hier in Teylingereind, maar ook volgens de normen van de psychiater en van de psycholoog. Je werkt in deze rol op afstand, je kent de jongen niet om wie het gaat, en beoordeelt of alles goed en op de juiste wijze gebeurt. Je beeld vorm je dan op basis van de informatie die je krijgt. Het is dan ook niet aan jou om de diagnostiek in twijfel te trekken, maar je bekijkt vanuit een meer objectieve situatie of er bijvoorbeeld op bepaalde punten nog meer informatie nodig is; of er nog diepgaander onderzocht moet worden. Soms is dat nodig om een diagnose te bevestigen of te versterken of juist de vragen daarover weg te nemen. Het is ook een inhoudelijke toetsing van het rapport dat over een jongeren wordt geschreven. Je moet het zien als een inhoudelijke toetsing van de opbouw, de inhoud en de consistentie van het rapport.'
Beleidpsychiater
'Juist omdat de observatieafdeling zo'n ander karakter heeft dan alle andere afdelingen , heeft Teylingereind mij gevraagd om de rol als beleidspsychiater op te pakken. Het doel daarvan is om extra input te verzorgen voor de observatieafdeling, naast wat onder andere de sectormanager en hoofd behandeling doen. Wij hebben werkgroepen opgezet om de aspecten die van meerwaarde kunnen zijn duidelijker vorm te geven. Bijvoorbeeld onderzoeken naar medeverdachten. Stel dat de rechtbank een beeld wil hebben van hoe drie daders in een groep zich tot elkaar verhouden. Wij kunnen het gedrag van die drie observeren. Daar hebben we dan een stuk over geschreven hoe je zoiets zodanig opzet dat je er zoveel mogelijk informatie uithaalt. Hoe doe je dat praktisch? Welke rol kunnen de medewerkers hebben in de proces? Je hebt hier natuurlijk een heel multidisciplinair team dat samen de observaties uitvoert. Wat gaat bijvoorbeeld de vaktherapeut aan spellen en oefeningen opzetten om te kijken hoe die drie samenwerken? Zo is er een aantal speerpunten, die hebben we uitgewerkt. Ook een scholingsprogramma dat jaarlijks terugkeert. Daarmee hebben we een goede basis om nieuwe medewerkers die instromen klaar te 'stomen' voor het werken op de observatieafdeling, maar ook een bij- en nascholingstraject voor de medewerkers die er al zijn. Het is vooral ook een kwestie van continu verbeteren.'
Handboek
'Er is nu een nieuw handboek dat ik samen met een aantal anderen hier heb geschreven, waarin staat beschreven staat welke methodieken we toepassen. Bijvoorbeeld systeemobservatie. Neem de ouders van een jongere die hier vastzit. Die zijn vaak geneigd om zich zo goed mogelijk voor te doen. Daar komen wij niet verder mee, dus is het essentieel om andere manieren te vinden die tonen hoe een gezin zich tot elkaar verhoudt. Hoe vader en moeder, broer en zus zich gedragen. Hoe ze samenwerken, hoe ze communiceren. Daar kun je vaktherapie uitstekend voor inzetten. Dat geeft zoveel extra informatie op basis waarvan je weer verder kunt, zowel met zo'n gezin als met de jongere als met het hele observatieproces.
Voor de ontwikkeling van de methodiek hebben we allerlei werkgroepen gevormd die zich over uiteenlopende thema's bogen: medeverdachten, transculturele observaties, over motivatietechnieken. Weigerende jongeren, hoe ga je daarmee om? Respect voor zijn weigering, maar we hebben ook de verplichting om over hem te rapporteren. En er zit ook zorg in, dus die rapporten zijn ook bedoeld om een goed behandeladvies te geven. Het advies moet je ook altijd communiceren met de jongere. Het is echt balanceren daarin en daarover hebben we een stuk geschreven. Zo zijn we in een continu-proces bezig om te verbeteren.'
Lerend proces
We hebben een aanpak die werkt, daar ben ik wel van overtuigd. We hebben een goedlopende werkwijze ontwikkeld. Wel jammer is dat er soms zo weinig terugkoppeling is. Het gaat mij dan niet zozeer om of ze mijn PIJ-advies hebben overgenomen, maar vooral om de onderbouwing van het vonnis: waarom is het PIJ-advies wel of niet overgenomen. Daarom zijn we nu bezig de volledige vonnissen te bekijken en eruit te halen wat voor ons relevant is.'
Database
'We zijn op dit moment een database aan het ontwikkelen waarin we het volledige traject van jongeren vastleggen, zodat we een beeld van het totaal krijgen. We willen van momentopnames af en werken aan het krijgen van een veel breder beeld. Feitelijke informatie als leeftijd en etniciteit, maar ook alle aspecten van de rapportage, bijvoorbeeld: heeft een jongere meegewerkt, wat is er uit diverse observaties gekomen, en hoe zit het met de inschatting van het recidiverisico? En uiteindelijk willen we ook kunnen invoeren en daarmee zien hoe een jongere het doet op het advies wat jij gegeven hebt.Dat is natuurlijk ook het mooie van ForCA, dat wetenschap en praktijk samenwerken om dit soort zaken veel beter in de vingers te krijgen.'
Weigeren
'We hebben onderzocht in hoeverre er bij jongeren die weigeren toch een advies komt. Dat is ongeveer bij driekwart van de gevallen. Een kwart krijgt dus geen advies. Daar zijn advocaten vaak wel blij mee, maar dat is soms maar de vraag of dat ook het beste voor de jongere is, omdat daarmee ook geen goed behandeladvies gegeven kan worden. Bij de overige driekwart blijkt dat ongeveer evenveel jongeren die meewerken als weigeren een PIJ-advies krijgen. Het is wel zo dat bij de weigerende jongeren die PIJ meestal onvoorwaardelijk is. Dat is voor ons een belangrijk inzicht. Zulke informatie kunnen we dan ook teruggeven aan de advocaten die in toenemende mate de neiging hebben om hun cliënten aan te raden om te weigeren.'
Soorten informatie
'Het mooie is nu dat we heel veel verschillende soorten informatie krijgen, waardoor we veel verschillende facetten van zo'n jongere in beeld krijgen. Vaktherapeuten, school, groepsleiders, milieuonderzoekers noem naar op. Dat vind ik fascinerend en het is ook cruciaal voor de oordeelsvorming. Psychiaters en psychologen willen graag zoveel mogelijk praten. Hoe voelt een jongere zich, hoe zit het met de gewetensontwikkeling?. Maar veel jongeren zitten helemaal niet te wachten op al die gesprekken. Laat staan dat ze zullen zeggen dat ze spijt hebben, terwijl er nog een vonnis moet komen. Die willen actie, dingen doen en zijn veel minder verbaal ingesteld. Door daar op in te spelen en gedrag in veel situaties te observeren krijgen we veel meer informatie.'
Verbeteren
'We waren al bezig met een verbeterproces toen die procesevaluatie kwam. De verbeterpunten kwamen dan ook niet echt als een verrassing. De formats hebben we nog eens goed onder de loep genomen. De systeemobservatie hebben we doorontwikkeld en ook de rapportages hebben we nog eens opnieuw goed bestudeerd om de minder sterke punten te verbeteren.
Wij zijn een belangrijke aanvulling op de bestaande praktijk van ambulante rapportages. Over weigerende jongeren kunnen we vaak toch rapporteren en dat is zeker zinvol. Verder de systeemobservaties, die kunnen cruciaal zijn in de advisering over een jongere en die kun je niet ambulant doen. Maar ook de observatie van medeverdachten, dat gaat ambulant ook niet. En bij de jongeren die verbaal heel zwak of juist heel sterk zijn, daarbij wil je het gedrag zien dat ze vertonen. De observatieafdeling heeft daarin echt meerwaarde. Bij complexe casussen zorgen wij voor belangrijke verdieping.'