Wat is de PIJ – Maatregel?
PIJ staat voor ‘Plaatsing in Inrichting voor Jeugdigen’. De PIJ-maatregel is een strafrechtelijke maatregel in het jeugdstrafrecht. Deze onvoorwaardelijke maatregel wordt opgelegd voor de duur van twee jaar. Als er sprake is van een geweldsdelict kan de PIJ-maatregel worden verlengd tot maximaal vier jaar. Mocht er bovendien sprake zijn van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis, dan kan de maatregel worden verlengd tot zes jaar. Over de verlenging van de PIJ-maatregel beslist de rechtbank die in eerste instantie de maatregel heeft opgelegd, op vordering van het OM. De justitiële jeugdinrichtingen (JJI’s) zorgen voor de tenuitvoerlegging van de PIJ-maatregel.
Wat is het doel van de PIJ-maatregel?
Het doel van de PIJ-maatregel is meervoudig. Naast beveiliging en vergelding gaat het om de heropvoeding en de behandeling van jongeren met een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling. De cumulatieve gronden voor het opleggen zijn: 1) delicten waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan, 2) als de algemene veiligheid van personen of goederen dit eist, en 3) de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de jongere. Dit laatste punt neemt in het jeugdstrafrecht door de pedagogische doelstelling een belangrijke plaats in. Daardoor onderscheidt het jeugdstrafrecht zich van het volwassenenstrafrecht.
Voorwaardelijk of Onvoorwaardelijk?
De PIJ-maatregel kan onvoorwaardelijk of voorwaardelijk worden opgelegd. Dit laatste voor de duur van maximaal twee jaar. Bij een voorwaardelijke PIJ-maatregel moet de jongere zich in de proeftijd houden aan de algemene en de bijzondere voorwaarden. Deze bijzondere voorwaarden zijn afgestemd op de jongere en de aard van het delict. Vaak houdt dit in dat de jongere ambulante behandeling krijgt waarbij de jeugdreclassering de voorwaarden bewaakt. De bijzondere voorwaarden worden via de rapporteur pro Justitia opgesteld in overleg met behandelaar of begeleider. De voorwaarden staan beschreven in het rapport (‘op uitvoerbaarheid getoetste advies’). Ook voor de voorwaardelijke PIJ-maatregel geldt dat het rapport vertrekpunt moet zijn voor behandeling en begeleiding. De tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke PIJ-maatregel vindt vaak regionaal plaats in ambulante jeugdforensische instellingen (poliklinisch of dagbehandeling). Als de jongere binnen de proeftijd een nieuw strafbaar feit pleegt of de bijzondere voorwaarden niet nakomt, kan het OM vorderen dat de voorwaardelijke maatregel wordt omgezet in een onvoorwaardelijke maatregel.
Wat is een JJI?
JJI is een Justitiële Jeugd Inrichting. Hier verblijven jongeren in de leeftijd van 12 tot 18 jaar, met een uitloop naar maximaal 23 jaar. Er zijn aparte groepen voor jongens en meisjes. Nederland heeft twaalf justitiële jeugdinrichtingen. Een jeugdinrichting kan meerdere locaties op verschillende plaatsen hebben. In de jeugdinrichtingen verblijven jaarlijks ongeveer 7.300 jongeren. Sommigen slechts een paar dagen, anderen tot maximaal zes jaar.
Naast reguliere groepen, zijn er ook specialistische afdelingen voor jongeren die een behandeling nodig hebben waarvoor specifieke kennis vereist is.
Hieronder een overzicht van deze afdelingen.
- Forensische Observatie- en BegeleidingsAfdeling (FOBA): voor jongeren die in een psychische crisis verkeren en gestabiliseerd moeten worden;
- Licht verstandelijk gehandicapten (LVG-afdeling): voor jongeren met een laag IQ (tussen 55 en 80);
- Very Intensive Care (VIC-afdeling): voor jongeren die extra begeleiding nodig hebben als gevolg van een psychiatrische stoornis of persoonlijkheidsstoornis;
- ESP-afdeling: voor jongeren die een ernstige seksuele problematiek hebben;
- Individuele Traject Afdeling (ITA): voor jongeren die het proces op de groep zodanig verstoren dat zij een negatieve invloed hebben op hun groepsgenoten. Deze categorie komt terecht op een Individuele Traject Afdeling waar zij een individuele behandeling krijgen.
Wat maakt ForCA uniek?
Voor het eerst zitten de verantwoordelijke personen uit de justitiële jeugdinrichtingen, de centra voor kinder- en jeugdpsychiatrie en de wetenschap bij elkaar om de situatie te verbeteren rond jongeren die ernstige delicten plegen en die diagnostiek en behandeling nodig hebben. Dertien partners uit de forensisch psychiatrische zorg, de wetenschap, de justitiële jeugdinrichtingen en het NIFP hebben de handen ineengeslagen en praktische plannen gemaakt. ForCA is een praktisch netwerk voor onderzoek en kennisdeling.
Op welk perspectief wordt gedoeld in het motto?
De ForCA partners weten samen meer en willen samen meer zicht krijgen op de mogelijkheden van diagnostiek, behandeling en nazorg van jongeren. Voor wie is wat mogelijk en voor wie wordt wat bereikt? Het gaat dus om meer zicht op het perspectief dat jongeren geboden kan worden. Daar is nu vaak een nog te beperkt zicht op.
Wat kan er binnen de PIJ verbeterd worden?
De drie gronden van de PIJ, die alle aanwezig moeten zijn voor een advies aan de rechter of voor de rechter om hem op te leggen zijn erg algemeen: het misdrijf moet zwaar genoeg zijn, de veiligheid van personen of goederen moet in het geding zijn en het moet ten goede komen aan de ontwikkeling van de jongere. Het is nog te onduidelijk voor wie de PIJ geëigend is, aan wie hij geadviseerd of opgelegd wordt, wat wel en wat niet werkt en wat er van jongens uiteindelijk terechtkomt. Is een detentie, PIJ of TBS beter? Of kan er ook ambulant behandeld worden? Over al die zaken moet eerst meer duidelijkheid komen.
Gaat het alleen om betere advisering aan de rechtbank?
Natuurlijk, maar niet alleen. Het gaat om een goed advies aan de rechtbank maar ook om goede diagnostiek en een goed advies aan de (toekomstige) behandelaars van jongeren met een PIJ-maatregel. Bij deze jongeren gaat het om zeer moeilijke behandelingen. Die verbetering moet bereikt worden door alle betrokken disciplines beter op te leiden, wetenschappelijke onderzoeksprogramma’s te integreren in de diagnostiek en behandeling en de kennis hierover beter toegankelijk te maken.
Hoe gaat kennis delen leiden tot recidivevermindering?
Het gaat om een verscheidenheid aan kennis over delinquentie, veiligheid, diagnostiek, advisering, behandeling, risicotaxatie, resocialisatie, recidive. Slechts weinig mensen hebben veel kennis, velen hebben weinig kennis en bijna niemand heeft toegang tot die kennis. Daarbij is het noodzaak ook veel meer te weten. Als helder is wat werkt voor welke jongere en als ook nog de kennis daarover gedeeld kan worden, zal dit tot recidive vermindering kunnen leiden. Kennis delen vraagt ook een goed kennisbeheer en dat is een belangrijke doelstelling van ForCA.
Lijkt het op de observatie voor volwassenen (in het PBC)?
ForCA is een initiatief voor jongeren en dit staat ook bij de observatieafdeling centraal: het gezin van herkomst en het milieu van de jongere en de (jeugd)reclassering worden expliciet betrokken. De aanpak is meer gericht op behandeling. De enige overeenkomst met het Pieter Baan Centrum ligt daarin dat de observatieafdeling zich ook zal concentreren op onderzoek en advisering pro Justitia. Hier worden jongeren onderzocht die gerichte observatie nodig hebben vanwege een ingewikkeld groepsdelict, een levens- of zedendelict, een delict dat veel maatschappelijke onrust heeft gegeven. Ook worden er jongeren onderzocht die moeilijk onderzoekbaar zijn (motivatie nodig, verzet, agressie), voor wie uitgebreid medisch onderzoek nodig is of voor wie mogelijk een TBS geëigend is. Daarnaast richt de observatieafdeling zich op onderzoek en advisering over jongeren met ernstige delicten en een PIJ-maatregel met langer lopende en moeilijke of gestagneerde behandelingen en mogelijke overplaatsing naar de TBS, GGZ, of een speciale afdeling in een justitiële jeugdinrichting.